Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zijn hand`

  1. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
  2. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  3. Hij vangt vissen met zijn handen (=Hij profiteert van andermans werk)
  4. iets naar zijn hand zetten (=het precies (laten) doen zoals hij wil)
  5. zijn hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
  6. zijn hand overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
  7. zijn handen dichtknijpen (=erg veel geluk hebben)
  8. zijn handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
  9. zijn handen jeuken (=er erg veel zin in hebben te beginnen)
  10. zijn handen overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
  11. zijn handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)

Eén betekenis bevat `zijn hand`

  1. wie tapt die moet boren (=men moet de gevolgen van zijn handelen dragen)

Het dialectenwoordenboek kent 3 spreekwoorden met `zijn hand`

  1. Bilzers: nen draeë tron gaeve (=naar zijn hand zetten)
  2. Giethoorns: Dat is jacht (=Dat is een kofje naar zijn hand)
  3. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt paajn ont lepke (=hij heeft een verband rond zijn (hand,vinger...))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen