Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zijn geld`

  1. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten.)
  2. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)

5 betekenissen bevatten `zijn geld`

  1. het geld brandt hem in de zak. (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit.)
  2. de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
  3. hij kan zijn naadje wel naaien. (=hij weet zijn geld wel te verdienen.)
  4. hij is aan het eind van zijn akker (=zijn geld is op)
  5. een dronkemansgebed doen (=zijn geld natellen (als het zo goed als op is))

Het dialectenwoordenboek kent 12 spreekwoorden met `zijn geld`

  1. Waregems: zijn geld vertèrn (=zijn geld opdoen)
  2. Gavers: zijn geld in de Schelde smijten (=zijn geld verkwisten)
  3. Sint-Niklaas: al zè gaalt opdoen (=al zijn geld verkwisten)
  4. Weerts: hae hieët geine roeëje sent (=zijn geld is op)
  5. Oudenbosch: das ne meuleneer (=die zit op zijn geld)
  6. Liedekerks: E zitj zonder smaad (=zijn geld is op)
  7. Oudenbosch: ij zit op zwart zaod (=hij is door zijn geld heen)
  8. Westerkwartiers: hij wordt sloap'ndeweg riek (=hij komt gemakkelijk aan zijn geld)
  9. Ronsisch: ne peizeweiver (=iemand die op zijn geld zit)
  10. Westerkwartiers: hij is zo aarm as job (=hij heeft al zijn geld verspeeld)
  11. Oudenbosch: zebbe num illemaol uitgekleet (=ze hebben zich al zijn geld toegeeigend)
  12. Munsterbilzen - Minsters: e koet énzen hand hübbe (=zijn geld over de balk gooien)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen