Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zijn buik`

  1. ergens zijn buik van vol hebben (=ergens genoeg van hebben)
  2. Hij maakt van zijn buik een afgod. (=Lekker eten en drinken vindt hij belangrijk.)
  3. vlinders in zijn buik hebben (=verliefd zijn)
  4. zijn buik op de leest slaan (=te veel eten)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `zijn buik`

  1. Bilzers: zene kéttel vofraete (=zijn buikje rond eten)
  2. Munsterbilzen - Minsters: zen praaj volfraete (=zijn buikje vol eten)
  3. Oudenbosch: ij gao gin zaand mir af (=hij heeft zijn buikje lekker vol gegeten)
  4. Zottegems: zijn ugn zijn gruter dan zijn buik (=iemand die zijn bord niet leeg eet)
  5. Brakels: nen helme onder zijn klirn, een puiste op zijn buik, een kuipe op èn (=en dikke buik hebben)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen