Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `wie niet`

  1. wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
  2. wie niet sterk is moet slim zijn (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)
  3. wie niet waagt, wie niet wint (=wie geen risico neemt, die wint niets)
  4. wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
  5. wie niet werkt zal niet eten. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)

6 betekenissen bevatten `wie niet`

  1. waar niets is verliest de keizer zijn recht (=van wie niets heeft, kan men niets vorderen)
  2. wie niet horen wil, moet voelen (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
  3. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
  4. ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
  5. wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
  6. liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)

Het dialectenwoordenboek kent 18 spreekwoorden met `wie niet`

  1. Bilzers: de kons baeter raud wiëne as grien blijve (=wie niet waagt blijft maagd)
  2. Waregems: 't e no(g) ne skooën! Ge zijt no(g) ne skooën gij! (=afkeuren wie niet meer meedoet (laf gedrag))
  3. Munsterbilzen - Minsters: aste mèt zen twei viet opte grond blifs, gerokste geen paut vüraut (=wie niet waagt, blijft maagd)
  4. Westlands: We nit waget det nit winut. (=wie niet waagt, die niet wint.)
  5. Drents: Met de haanden in de schoot kriej gien brood (=wie niet werkt zal niet eten)
  6. Sint-Niklaas: ge kun ne kei 't vaal nie afstroapen (=wie niets heeft kan niets geven)
  7. Lichtervelds: oe mindre dak weete, oe grustre dak sloape (=wie niet weet, niet deert)
  8. Munsterbilzen - Minsters: aste nie wils leistere, moesset mèr besniete (=wie niet wil luisteren, moet het maar voelen)
  9. Bilzers: verwaach nauts vant laeve, wottet dich nie kan gaeve (=wie niets verwacht, wordt nooit teleurgesteld)
  10. Westerkwartiers: wel niet luuster'n wil moet voel'n (=wie niet luisteren wil wordt gestraft)
  11. Hansbeeks: Ne keij kunde nie 't vel afdoen (=wie niets heeft kan je niets ontnemen)
  12. Westerkwartiers: wel niet woagt, wel niet wint (=wie niets riskeert wint nooit wat)
  13. Westerkwartiers: wel niet staark is moet slim weez'n (=wie niet sterk is moet slim zijn)
  14. Munsterbilzen - Minsters: de kons baeter e blooke loope asse grientsje blijve (=wie niet waagt, blijft maagd)
  15. Westlands: We nit waget, det nit winut. (=wie niet waagt, die niet wint.)
  16. Westerkwartiers: wel niet woagt, wel niet wint (=wie niets probeert bereikt ook niets)
  17. Twents: wel nich klaagt , krig ok gen holp (=wie niet voorzich zelf opkomt krijgt staat met lege handen)
  18. Kinrooi: Dae neet wètj wiejnieë det 'r genóg heet is einen erme mins. (=wie niet weet wanneer hij genoeg heeft is een arme man.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen