Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `weten waar`

  1. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  2. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)
  3. weten waar Abraham de mosterd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
  4. weten waar de schoen wringt (=weten waar het probleem zit)
  5. weten waar het schoentje knelt/wringt (=weten waar het probleem zit)
  6. weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
  7. weten waar Petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)

5 betekenissen bevatten `weten waar`

  1. daar wringt de schoen (=weten waar het probleem zit)
  2. weten waar de schoen wringt (=weten waar het probleem zit)
  3. weten waar het schoentje knelt/wringt (=weten waar het probleem zit)
  4. iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
  5. vaste grond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een goede positie verkeren)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `weten waar`

  1. Merenaars: ni wete van wat out pijlen mauken (=niet weten waarin of waaruit)
  2. Veurns: weet'n wien' is wuk (=weten waar je aan toe bent)
  3. Rotterdams: Hij is met de muziek mee naar Gouda (=Iemand die weg, en waarvan ze niet weten waar hij is)
  4. Heerlens: de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt)
  5. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb ter get van geheird, mèr ich wiët nie zjus bau et iëver geet (=de klok horen slaan maar niet weten waar de klepel hangt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen