Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `waaie`

  1. daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden)
  2. de kwaaie pier (=de schuldige)
  3. de scepter zwaaien (=baas zijn)
  4. de staf zwaaien (=baas zijn)
  5. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  6. het wierookvat zwaaien (=lof toezwaaien)
  7. het zal er stinken/waaien (=er zal hevige ruzie zijn)
  8. laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
  9. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  10. veel stof doen opwaaien (=iets heeft grote invloed op wat er leeft bij mensen)
  11. wierook toezwaaien (=lof toezwaaien)

3 betekenissen bevatten `waaie`

  1. je laatste hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er zal wat voor je zwaaien.)
  2. het wierookvat zwaaien (=lof toezwaaien)
  3. wierook toezwaaien (=lof toezwaaien)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `waaie`

  1. Twents: loat moar waaien, van de wéénd krig ie geen keender (=laat maar waaien, van de wind krijg je geen kinderen)
  2. Liemers: De wind huul haeveg um de keet haen gi-j zol d'rvan eiges gaon weg waei-je (=Hard waaien om het huis)
  3. Westerkwartiers: wel 't eerst vernemt, het 't zelf ien 't hemd (=wie de scheet het eerst ruikt, heeft die zelf laten waaien)
  4. IJmuidens: Uit je skelet waaien (=Storm)
  5. Amsterdams: Laat maar waaien (=Laat maar zitten, Praat er maar niet over)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen