Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `voor het in`

  1. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)

Het dialectenwoordenboek kent 30 spreekwoorden met `voor het in`

  1. Beerses: Oeppassen veur d'achturenmuier. (=voor het donker thuis zijn.)
  2. Bilzers: vür de kop gelope (=voor het hoofd gestoten)
  3. brabants: vur sles (=voor het spel, niet voor de knikkers)
  4. Brakels: vuust van de rèste (=voor het overige)
  5. Wetters: Neuzemaker (=ze is in zwanger ( voor het huwelijk))
  6. Lokers: over de pot springen (=te laat voor het eten)
  7. Geffes: Vur hauwes (=Voor het spel, maar ook voor de knikkers)
  8. Munsterbilzen - Minsters: èen de bak èsset aete graotes (=een restaurant voor het gerecht brengen)
  9. Westfries: Ze heb de aker in de bak valle late (=Nog voor het huwelijk zwanger raken)
  10. Waregems: 'n seenewoarietsje, 'n tseentewoareke (=kruisje op het voorhoofd voor het slapengaan)
  11. Roermonds: Truuj trek truuk, dao kump eine ummer sjpies.. (=Voor het zingen de kerk uit)
  12. Nuths: Doch ,t breer mer toew angesch kumet peard oe,et. (=Doe het hek dicht voor het paard.)
  13. Zwevegems: een piepke en 'n kreuske (=een zoentje en een kruisje voor het slapengaan)
  14. Fries: Ik preau it juster foar it earst. (=ik heb het gisteren voor het eerst geproefd)
  15. Munsterbilzen - Minsters: nen daog zonder laach, ésne verloeëre daog (=lachen is muziek voor het hart)
  16. Sallands: Veur 't zing denne karke uut wezen. (=Voor het zingen de kerk uit gaan.)
  17. Sint-Niklaas: dorveur (=er voor ( het vorige))
  18. Gronings: klets/bats veur d' hassens (=klap voor het hoofd)
  19. Hulsters (NL): vór dun donkeren tuis (=voor het donker thuis)
  20. Giessendams: ut mot irst warren wil ut reeen (=het moet eerst een rotzooi zijn, voor het netjes wordt)
  21. Lokers: aalk tsijne, ten ee de koue niets (=ieder het zijne, dan is er niets voor het kwade (de duivel))
  22. Geffes: Vur sles (=Voor het spel, niet voor de knikkers)
  23. Giessendams: ut mot irst warre voor ut reeen (=het moet eerst een rotzooi zijn voor het netjes wordt)
  24. Flakkees: je leerd nooit een krepelen kenne voort gasthuus brand. (=je leerd geen kreupele kennen voor het ziekenhuis in brand staat)
  25. Liemers: Komme die op`t lich af ? Hoe kan dah, waeh zeker da'k ze in't duuster heh gemaak ! (=Een voor het eerst vader worden van 'n meerling)
  26. Ransts: de joeng zen uitgeleend (=jonge vogeltjes die voor het eerst uitvliegen)
  27. Wetters: hij zoo ziijn eigen moeder verkuupen (=iemand die alles doet voor het geld)
  28. Venloos: det's ein motje (=meisje dat zwanger is voor het huwelijk die moet trouwen)
  29. Bilzers: Haat ver daste trouws zen ooge goed oëpe, mer kniep ze ternoë wol es tau ! (=voor het huwelijk : ogen open, na het huwelijk : soms 1 oogje dicht !)
  30. Dongens: Hoe laot iest? - Kwart vur ut knèènegat mèrege gaot ie keutele (=Hoe laat is het? - Kwart voor het konijnengat, morgen gaat hij keutelen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen