Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vis in`

  1. leven als een vis in het water (=totaal tevreden en onbekommerd leven)
  2. zich als een vis in het water voelen (=zich helemaal op zijn plaats voelen)

Het dialectenwoordenboek kent 26 spreekwoorden met `vis in`

  1. Bilzers: de pik hübbe op iemed (=iemand viseren)
  2. Zuuns: luppe skarregos es doe (van café de Dikke Linde) (=daar komt de vishandelaar)
  3. Ostêns: kloate van vis (=kloten van vis)
  4. Helmonds: nollekke de visboer, hai hi ut grötste krois in zun box (=wie is de heiligste man in helmond)
  5. Helenaveens: Vongde gij veul? (=Heb je veel vis gevangen?)
  6. Antwerps: Ne smoel vur vis oep te snaaie (=Een smoel om vis op te snijden)
  7. Mechels (BE): bouter ba de vis (=betalen bij de koop)
  8. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=kerremis)
  9. Gents: iene veur vurte vis uitmoake (=iemand uitschelden)
  10. Lokers: nog mossel of vis (=niet weten wat het is)
  11. Zeeuws: nieuwe petaten en zoute vis eten de boeren at kerremis is (=nieuwe aardappels)
  12. Gents: 't es boter bij de vis (=kontante betaling)
  13. Kinrooi: Allein oppen druuëge veultj 'ne vès natigheid! (=Alleen op het droge voelt een vis nattigheid!)
  14. Waregems: iemand oytmokn veur vorte vis/iemand zijn zoaligheid zegg'n (=iemand beschimpen)
  15. Sint-Niklaas: dur moet boter bè de vis zin (=er moet betaald worden)
  16. Huizers: Ansjovis is vis as der neit aarst is (=Honger maakt rauwe bonen zoet)
  17. Zeeuws: tis mossel of vis (=het is het een noch het ander)
  18. Zeeuws: bin je klootn a nat aje nog gin vis (=zoveel moeite voor niets)
  19. Kortrijks: 't Is fris an de vis en koel an de spoel (=Het is fris vandaag)
  20. Waregems: 't e koele, 't e(s) fris an de vis (=het is frisjes buiten)
  21. Munsterbilzen - Minsters: aste loemp bés zulste al és aater het nèt vange (=als je zo lomp bent als vis, kan je al eens bot vangen)
  22. Westerkwartiers: vis wil swemm'n (=na het eten van een visje een drankje nemen)
  23. Ransts: bet de vis nogal? (=iemand die in zijn neus aan t' peuteren is)
  24. Koersels: Lomp is ooch vis mer de kop deugt nie (=Wil wel maar kan het niet door domheid)
  25. Venloos: Bezeuk en vis bliève gen dreej daag fris (=Gasten die langer dan een nacht blijven logeren, leiden tot irritatie)
  26. Drents: Ie kunt zölfs een vis zolang targen dat e tot 't water oetkomp. (=Ieder mens heeft een grens (aan zijn/haar verdraagzaamheid))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen