Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vertre`

  1. de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
  2. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen. (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  3. geen spier vertrekken (=zonder enige emotie over zich heen laten gaan)
  4. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  5. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  6. met de stille trom vertrekken (=er stilletjes vandoor gaan)
  7. met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
  8. Met stille trom vertrekken (=Onopgemerkt vertrekken)
  9. op stel en sprong vertrekken/gaan (=onmiddelijk vertrekken/gaan)

21 betekenissen bevatten `vertre`

  1. de wijde wereld ingaan/intrekken (=(onbezorgd) op reis vertrekken)
  2. de ratten verlaten het zinkende schip. (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  3. een scheve schaats rijden. (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden.)
  4. het anker lichten (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
  5. onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
  6. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  7. kunnen zakken en verkopen (=in handigheid ver overtreffen)
  8. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  9. op stel en sprong vertrekken/gaan (=onmiddelijk vertrekken/gaan)
  10. Met stille trom vertrekken (=Onopgemerkt vertrekken)
  11. de zeilen hijsen (=opstaan, vertrekken)
  12. met voeten treden (=overtreden, niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan.)
  13. in het schot vallen (=precies tijdens het startschot vertrekken)
  14. als een pijl uit de boog (zijn) (=snel vertrekken)
  15. de aftocht blazen. (=vertrekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt.)
  16. het veld ruimen (=vertrekken om plaats te maken voor een ander)
  17. met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
  18. de biezen pakken. (=vertrekken, de biezen zijn een dubbele mand van vlechtwerk, gebruikt als koffer)
  19. zijn matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
  20. gepakt en gezakt (=vertrekkensklaar (met alle koffers ingepakt))
  21. iemand naar de kroon steken (=z'n best doen anderen te overtreffen)

Het dialectenwoordenboek kent 39 spreekwoorden met `vertre`

  1. Lichtervelds: we zyn tgat in (=we vertrekken)
  2. Sint-Niklaas: ei kuist zèn schup af (=hij vertrekt)
  3. Aspers: zn schuppe afkuisen (=vertrekken, weggaan)
  4. kortemarks: vertrekkn met de lantêirn an dn diezle (=verhuizen en veel schulden nalaten)
  5. Antwerps: êi kuest zen schup af (=hij vertrekt)
  6. Waregems: veur da je vooërtgoat (=vooraleer je vertrekt)
  7. Wommersoms: ig zen voetch (=ik vertrek)
  8. Veurns: de puup'n uut zien (=vertrekken, vertrokken zijn)
  9. Sint-Niklaas: kgôkik deurgoan (=ik ga vertrekken)
  10. Sint-Niklaas: we gô voôrs (voôrt) (=wij gaan verder (= vertrekken))
  11. Balens: we zen riebedebie (=we gaan vertrekken)
  12. Langemarks: We zyn weg wî (=We gaan vertrekken:)
  13. kortemarks: we zyn de piest in (=we vertrekken)
  14. Antwerps: en wijle weg, we keussen hier ons schup af (=we vertrekken hier)
  15. Veurns: 't Gat in zien/'t schip op zien/anzetten/ze schupp' ofkuschen (=vertrekken)
  16. West-Vlaams: kgo mine puestje skarten (=we gaan vertrekken)
  17. Brabants: bij ut kruske de kerk uitgaon (=voortijdig vertrekken)
  18. Lichtervelds: ge zoed de stoel vanoender ze gat moetn trekkn (=hij blijft altijd lang zitten voor hij vertrekt)
  19. Waregems: zet moar an (=vertrek nu maar)
  20. Munsterbilzen - Minsters: zich gon bijéénpakke (=gaan vertrekken)
  21. Munsterbilzen - Minsters: ich gon zien (=ik ga vertrekken)
  22. Tilburgs: blèève plèkke (=niet weten te vertrekken)
  23. Gents: getiektakt zijn, getiketakt zijn (=verlangen om te vertrekken)
  24. Lichtervelds: we zyn goan zjantn (=we vertrekken)
  25. Wommersoms: pakt oer begagge mar (=pak maar in en vertrek)
  26. Leefdaals: ik kosj men schup af (=ik vertrek maar eens)
  27. Bachten de kupes: ried moran tis koschie (=het is tijd om te vertrekken)
  28. Zottegems: we goan ons matt'n oprollen (=we vertrekken, wij zijn naar huis)
  29. Westerkwartiers: hij ston op 't punt om vot te goan (=hij was net van plan te vertrekken)
  30. Kortrijks: 'k gao deure, 'kgao voôrt (=ik ben weg, ik vertrek,)
  31. Kortrijks: voargaon zonder boe of ba (=vertrekken zonder iets te zeggen)
  32. Hansbeeks: 'k goa goan zien (=Ik sta op punt om te vertrekken)
  33. Giethoorns: De benen bi-j een aander onder de taofel steken (=Uit het ouderlijk huis vertrekken)
  34. Sint-Niklaas: probeer dèm mor buiten te koteren (=zeg eens tegen hem dat wij ook nog wegmoeten dan vertrekt hij)
  35. Bilzers: ne gas hÛbste plezier on, esset nie bijt koëme dan toch bijt gon (=welgekomen, wanneer vertrek je ?)
  36. Klemskerks: saluu en de kost en die wiend vanachter: zegwijze die men iemand naroept die kwaad vertrekt na een ruzie (=Saluut en de kost en de wind vanachter)
  37. Avelgems: 'k Moe noar t vertrek goan (=IK moet naar het toilet (grote behoeften))
  38. Giethoorns: Rookvleis duurt lange (=Een Gerookte worst blijft lang goed -wordt ook gezegd van iemand die lang in een rokerig vertrek verkeren)
  39. Waregems: nur vanacht'ren, nur 't vertrek, nur bacht'n, nur de koer goan (=naar het toilet gaan)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen