Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `verker`

  1. het kan verkeren (=het kan veranderen, de dingen blijven niet zoals ze zijn)
  2. verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)

10 betekenissen bevatten `verker`

  1. iets aan het handje hebben (=een beetje verkering hebben)
  2. in de laagte zijn (=in armoedige toestand verkeren)
  3. geramd zitten (=in een gunstige positie verkeren)
  4. Tussen hemel en aarde hangen (=In een lastige situatie verkeren)
  5. zo veeg als een luis op een kam (=in groot gevaar verkerend)
  6. met het mes in de buik zitten (=in grote angst verkeren)
  7. Zijn maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=In moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  8. aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verloofd of getrouwd te zijn)
  9. vaste grond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een goede positie verkeren)
  10. het is weer aan (=ze hebben weer verkering)

Het dialectenwoordenboek kent 23 spreekwoorden met `verker`

  1. Hulsters (NL): un afgelekt meske (=meisje met veel verkeringen)
  2. Venloos: Eine aanhenger hebbe (=verkering hebben)
  3. Munsterbilzen - Minsters: kinnës hëbbe (=verkering hebben)
  4. Brees: Es is een kroem letter (met doffe e) (=Het kan verkeren)
  5. Giethoorns: Niet al te tierig wezen (=Niet in goede gezondheid verkeren)
  6. Munsterbilzen - Minsters: hae sjaart zau links en raechs (=hij heeft zo van die losse verkeringen)
  7. Liessents: hij vrijt (=hij heeft verkering)
  8. Waregems: ie ee kennesse (=hij heeft verkering)
  9. Heldens: hèh hèht sjans (=hij heeft verkering)
  10. Roosendaals: In de wei geloopen emme mee. (=verkering gehad hebben met.)
  11. Wagenings: Wil je memme lopen? (=Wil je verkering?)
  12. Oudenbosch: eerst waarut uit en nou ist wir aon (=zij hebben opnieuw verkering)
  13. Westerkwartiers: noa dizze weer 'n vrizze (=als de verkering uit is gemaakt :)
  14. Westerkwartiers: hij het wat scharrelderij (=hij heeft een beetje verkering)
  15. Lichtervelds: zis dre mee in gank (=ze heeft er verkering mee)
  16. Giethoorns: Rookvleis duurt lange (=Een Gerookte worst blijft lang goed -wordt ook gezegd van iemand die lang in een rokerig vertrek verkeren)
  17. Huizers: Hè je al un scharreltjie? (=Heb je al een beetje verkering?)
  18. Astens: Goei schoap weie nie dicht bei hois (=verkering ver van huis hebben)
  19. Waregems: ie vrijt da z'n imde wikkelt/ ie vrijt dat 't krokt (=hij heeft serieus verkering)
  20. Astens: op ne auwe fiets moete gu 't leren (=verkering hebben met 'n ouder iemand :)
  21. Boakels: toffele (=streken uithalen (als iemand verkering heeft beeindigd vlak voor voorgenomen huwelijk))
  22. Twents: Vriejn is zacht kuiern en hard leegn. (=verkering is zacht praten en hard liegen.)
  23. Lopiks: Daar hek ook nog een blauwe maondag mee gelopen (=daar heb ik ook nog even verkering mee gehad)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen