Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 112 spreekwoorden met `vand`

  1. Munsterbilzen - Minsters: vanden trèk moester laeve (=de gelegenheid te baat nemen)
  2. Oudenbosch: das ne vandege jonge geworre (=dat is een flinke jongen geworden)
  3. Izegems: 't is ier gelik vandiesie (=het staat hier allemaal vol)
  4. Munsterbilzen - Minsters: daaj zaogtich de aure vande kop (=die blijft maar doorzeuren)
  5. Hansbeeks: k goa mijn schubbe afkuis'n (=Ik ben er zo dadelijk vandoor)
  6. Tilburgs: ik pees em gaaw (=ik ga er snel vandoor)
  7. Bilzers: de bès nie Gus vandael (=de stadsomroeper) mèt z'n krèèmtoet (=je moet niet alles rondbazuinen)
  8. Hulsters (NL): ai speejte wegh (=hij ging er snel vandoor)
  9. Achterhoeks: Ik gao verdan (=Ik ga er maar weer eens vandoor)
  10. Westerkwartiers: vandoag is guster niet (=het gaat niet altijd op dezelfde manier)
  11. Kortrijks: oja mi gistrn heurt, wor k vandoge u moarte (=ik doe niet alles wat je vraagt...)
  12. Bilzers: dich laefs ziëker vande hiemelse doj (=jij leeft zeker van lucht)
  13. Oudenbosch: oeneer zijde gijdur uitgenaait ? (klooster (St.Louis) verlaten) (=wanneer ben jij er vandoor gegaan ?)
  14. Epers: Ik bin vandage wat droa in 't lief (=ik voel me niet zo lekker)
  15. Zottegems: tes vandiese van de lege portemonnees (=Na de kermis hebben de mensen geen geld meer.)
  16. Bilzers: hüb ich get vandech aon ? (=wat sta je me zo te bezien ?)
  17. Deventers: woar kom ie vadan (=waar kom jij vandaan)
  18. Aarschots: Ha's poerre (=Hij is er vandoor; hij is nergens meer te vinden)
  19. Westerkwartiers: woar komst weg (=waar kom jij vandaan)
  20. nuths: Ich mougde vander pap ,t klotje oet ,t elske schloeke. (=Ik mocht van mijn vader wel eens het suikertje uit zijn borrel hebben.)
  21. Evergems: Mé mijn geld goan ze geen putjes zeeken. (=Mijn erfenis zal niet in de mate zijn dat ze kunnen feesten en brassen met alle gevolgen vandien…)
  22. Brakels: ij eet een lirre vandoen om iejn ee verke zij gat te kijk'n (=heel kleine persoon)
  23. Westerkwartiers: woar komst doe weg ? (=waar kom jij vandaan ?)
  24. Tilburgs: wòraaf hèdde dè (=waar heb je dat vandaan)
  25. Liwwadders: waar komstou weg? (=waar kom je vandaan?)
  26. Westerkwartiers: woar komm'n joe weg ? (=waar komt u vandaan ?)
  27. Munsterbilzen - Minsters: daaj hoch zich (m)bekans besjieëte vanden angs (=die had bijna haar broek vol gedaan uit schrik)
  28. Bilzers: men tweide vroo woster al zoe snel vandür datze men iëste nog haet éngehold (=al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel)
  29. Munsterbilzen - Minsters: hae goeng zoe heisteg ter van dür, ziëker omdat ter gepressiërd wor (=hij was er plots vandoor, hij was zeker gehaast)
  30. Neerharens: boe blijf ger het hoole (=waar blijven jullie het vandaan halen)
  31. Oudenbosch: waor eetie eur opgetuigd ? (=waar heeft hij haar vandaan gehaald ?)
  32. Fries: it giet der moal om wei (=het gaat er mal om vandaan)
  33. Twents: waor kom ie fort? ; woar kom ie vöt? (=waar kom jij vandaan?)
  34. nuths: Ich mo,gde vander pap ,t klotje oet ,t elske schloeke. (=Ik mocht van mijn vader wel eens het suikertje uit zijn borrel hebben.)
  35. Oudenbosch: aortje naor z n vaortje ebbe (=laten zien waar je vandaan komt)
  36. Munsterbilzen - Minsters: iemed krijte (=iemand het bloed onder de nagels vandaan halen)
  37. Twents: woar kom iej vot?/ woar kom iej weg? / woar kom ie vedan ? (=waar kom je vandaan)
  38. Oudenbosch: aarde gij wir posjus ghe-te ? (=waar kwam je voor je werk zo laat vandaan ?)
  39. Sittards: Die dreet 'm de kòkkeral op (=Zij haalt hem het bloed onder de nagels vandaan)
  40. Liemers: As gistere marge was dan nog blief vandaag vandaag. (=Welke dag is het vandaag ?)
  41. Oostmals: 'T is boamers weer (=Het is echt slechtweer vandaag)
  42. Oudenbosch: waoredde gij da op de kop getikt ? (=waar heb je dat vandaan gehaald ?)
  43. Steins: Ich waer neet oud vandaag (=Ik ga vroeg naar bed vandaag)
  44. Schijndels: aveseren- m'n aveseerschoenen aan-- (=opschieten -kan opschieten vandaag)
  45. Mechels (NL): Huüjtssedaags (=vandaag de dag)
  46. Aalsters: 't oaïland Jipka (=Tussen \)
  47. Alblasserdams: kijk uut vor dn bullebak of moeneker die je dr in wil trekke (=waarschuwing om kinderen bij de sloot vandaan te houden)
  48. Sint-Niklaas: surreworrig (=de dag van vandaag....)
  49. Twents: wat goaj vedaag doon (=wat ga je vandaag doen)
  50. Kortrijks: 't Is fris an de vis en koel an de spoel (=Het is fris vandaag)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen