Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


241 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vôôr`

  1. aan de voorhand zijn/zitten (=voorrang hebben)
  2. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  3. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  4. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  5. als de dood zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor iets)
  6. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  7. als jut voor de haakmand staan (=beteuterd, triest)
  8. als sneeuw voor de zon verdwijnen (=ergens niets van over blijven)
  9. appelen/knollen voor citroenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
  10. bang voor zijn hachje zijn (=weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen)
  11. bang zijn voor zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
  12. Beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=Kiezen voor zekerheid.)
  13. beter voorkomen dan genezen (=je kan beter iets voortijdig voorkomen dan er later de gevolgen van inzien)
  14. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  15. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  16. dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
  17. dat is Latijn voor mij (=dat begrijp ik niet)
  18. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  19. dat was Grieks voor hem (=dat begreep hij niet)
  20. De aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=Boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  21. De ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=Men is bang voor concurrentie)
  22. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  23. de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  24. de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
  25. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  26. de muizen sterven er voor de kast (=het is er armoe troef)
  27. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  28. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  29. de vlag voor iemand strijken (=voor iemand onderdoen, zijn meerdere erkennen)
  30. de voorsten doen wat de achtersten niet mogen (=wie eerst komt is in het voordeel)
  31. de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens (=veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren)
  32. die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
  33. doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  34. een (goede) neus voor iets hebben (=precies aanvoelen hoe iets moet of gaat)
  35. een antenne hebben voor iets (=iets goed aanvoelen)
  36. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  37. een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
  38. een goed woord voor iemand doen (=iemand bij een ander aanbevelen)
  39. Een kaars voor de duivel branden (=Bij iedereen slijmen)
  40. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  41. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  42. Een mens moet werken voor de brok en voor de rok. (=Je moet werken om te kunnen eten en kleding te kunnen kopen.)
  43. een mooi span voor een bokkenwagen (=een zonderling koppel)
  44. een open oog voor iets hebben (=voor iets open staan)
  45. Een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=Iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  46. een plaat voor je hoofd hebben (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving)
  47. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  48. een stalen voorhoofd hebben (=onbeschaamd zijn)
  49. een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
  50. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)

505 betekenissen bevatten `vôôr`

  1. De kruik gaat zolang te water tot zij barst (=1: Alles heeft zijn beperkingen. 2: De onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
  2. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  3. De kap aan de haag hangen (=1: Een beroep beëindigen. 2: Het voor gezien houden)
  4. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  5. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  6. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  7. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  8. in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  9. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  10. de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
  11. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  12. zich uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
  13. Waar aas is vliegen kraaien (=Als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  14. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  15. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  16. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  17. wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
  18. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  19. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  20. Men kan geen paard al lopende beslaan. (=Als je het werk goed wil doen, moet je er de tijd voor nemen)
  21. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  22. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  23. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  24. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  25. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  26. onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
  27. in een andere vorm gieten (=anders voorstellen)
  28. april doet wat hij wil (=april geeft onvoorspelbaar weer)
  29. het licht zien (=begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep, een oplossing komt in zicht)
  30. te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
  31. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  32. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  33. exempli gratia (=bijvoorbeeld)
  34. verbi causa (=bijvoorbeeld)
  35. verbi gratia (=bijvoorbeeld)
  36. ziende blind zijn (=bijvoorbeeld iemand wel kennen maar toch niet de verkeerde eigenschappen zien)
  37. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  38. op de boom verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn)
  39. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  40. Dat kan het paard niet trekken. (=Daar heb ik onvoldoende geld voor)
  41. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
  42. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  43. ik kijk wel uit (=dat doe ik niet, daar ben ik te voorzichtig voor)
  44. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  45. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  46. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  47. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  48. dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
  49. dat is de aard van het beestje (=dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar)
  50. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)

Het dialectenwoordenboek kent één spreekwoord met `vôôr`

  1. Kalforts: de markt en ‘t succursaal, ‘t zal alles nog naar Kalfort gaan (=Kalfort lacht met al die puurse hoogmoed (gezegde van vôôr 1900))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen