Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uite`

  1. als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
  2. buiten de schreef (=niet meer acceptabel)
  3. buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
  4. buiten schot blijven. (=niet worden aangetast.)
  5. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  6. buiten westen (=bewusteloos)
  7. buiten zijn boekje gaan (=meer doen dan toegelaten)
  8. de bloemetjes buiten zetten (=uitbundig vieren)
  9. de boeken sluiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
  10. de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
  11. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  12. de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders.)
  13. er naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
  14. ergens naar kunnen fluiten (=het beslist niet krijgen)
  15. naar iets kunnen fluiten (=iets (wat je uitleent) niet meer terug krijgen)
  16. ruiten tikken (=inbreken)
  17. tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
  18. tranen met tuiten huilen/schreien (=heel erg huilen zonder dat het echt erg is)
  19. uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
  20. zijn ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)

93 betekenissen bevatten `uite`

  1. aan de veren kent men de vogel. (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  3. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterlijk alleen heb je niets.)
  4. de bastaard van de graaf wordt later bisschop. (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden.)
  5. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  6. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten.)
  7. van zijn à propos (=buiten bewustzijn, groggy)
  8. uit je dak gaan (=buiten zinnen raken)
  9. onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
  10. bij de konijnen af (=buitengewoon erg)
  11. door merg en been dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  12. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)
  13. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  14. water bij de wijn doen. (=compromissen zien te sluiten.)
  15. dat is het begin van het einde. (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen.)
  16. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  17. zijn ei kwijt kunnen. (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  18. over de rooie gaan (=de perken te buiten gaan)
  19. de druppel die de beker/emmer doet overlopen (=de uiteindelijke aanleiding voor een uitbarsting)
  20. alle zeilen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  21. een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
  22. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  23. dat is een kwal (=een uiterst vervelend persoon)
  24. het vuur uit de sloffen lopen. (=een uiterste inspanning leveren door hard te lopen.)
  25. een paardenmiddel. (=een uiterste remedie.)
  26. een luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
  27. een luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
  28. op zijn duimpje kennen (=heel goed kennen, van buiten weten)
  29. het houdt geen rooi (=het gaat de perken te buiten)
  30. 't is bij de konijnen af (=het is buitengewoon erg - walgelijk)
  31. zo gaan er geen twaalf in een dozijn (=het is iets buitengewoons)
  32. zijn laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  33. het oog wil ook wel wat. (=het uiterlijk van iets speelt ook een rol.)
  34. het onderste uit de kan willen (=het uiterste willen)
  35. het is hollen of stilstaan met hem (=hij valt van het ene uiterste in het andere)
  36. wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent.)
  37. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  38. iemand die behoorlijk kan uitpakken. (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten.)
  39. jantje secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  40. iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
  41. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  42. de strop om de hals doen (=iemand in uiterste problemen brengen)
  43. aan de schors blijven hangen (=iemand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen)
  44. iemand het net over het hoofd halen (=iemand tegen wil en dank tot iets doen besluiten)
  45. tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  46. iets op zijn duimpje weten (=iets van buiten weten)
  47. in den vreemde (=in het buitenland)
  48. Het zijn niet al ridders die sporen dragen (=Je kunt niet alleen aan iemands uiterlijk afleiden of hij ergens geschikt voor is)
  49. het niet onder stoelen of banken steken (=je niet stil houden, maar je mening openlijk uiten)
  50. het beste beentje voor zetten (=je uiterste best doen)

Het dialectenwoordenboek kent 31 spreekwoorden met `uite`

  1. Drents: Een mooie schöttel met niks der in (=uiterlijke schijn)
  2. Texels: Je doet wot je doet, maar lèège is de baas (=uiteindelijk moet men toch rust nemen)
  3. Westerkwartiers: de schoap'n van 'e bokk'n scheid'n (=de partijen uitelkaar halen)
  4. Bilzers: zoe sjael as ne molp (=uiterst scheel)
  5. Lovendegems: zo beu als kehwe(koude) pap (=uitermate beu*)
  6. Lovendegems: vollen bak (=tot het uiterste gaan*)
  7. Waregems: brokke verskeën (=in stukken uiteen gevallen)
  8. Sint-Niklaas: iets talvendeur doen (=iets in twee gelijke stukken uiteendoen (breken); iets in twee stukken snijden)
  9. Munsterbilzen - Minsters: van zenen tak maoke (=zich volmondig uiten)
  10. Zelzaats: 'kan e pird de rugge uiteten. (=Ik heb grote honger)
  11. Oudenbosch: zurreg dagoe peeje op tijt uitet (=zorg voor de toekomst)
  12. Sittards: Hae geit door ein däöre hèk (=Hij gaat tot het uiterste)
  13. Oudenbosch: ijee zwarte sneeuw gezien (=hij is tot het uiterste moeten gaan)
  14. Giesbaargs: zan devueren dün (=zijn uiterste best doen)
  15. Rous (Sint-Genesius-Rode): beuzze gijve (=zijn uiterste best doen)
  16. Bilzers: Wae n vroo trouwt vért lijf, behûltet lijf mér verlieset wijf (=laat je niet verlijden door uiterlijke schoonheid)
  17. Twents: ist ankieken wa weerd (=heeft een mooi uiterlijk)
  18. Munsterbilzen - Minsters: van boëve blinke,van onder stinke (=veel uiterlijk vertoon)
  19. Waregems: ie es noog te leeg vooër zijn gat ip 't heffn (=hij is uiterst lui)
  20. Deventers: mejje beskoot'ng hoër'ngtoetert (=u heeft een merkwaardig uiterlijk)
  21. Westerkwartiers: hij zet alles op hoar'n en snoar'n (=hij doet zijn uiterste best)
  22. Westerkwartiers: zij lopt zich uut de noad (=zij doet haar uiterste best)
  23. Sint-Niklaas: mor mengs toch (=om zijn bezorgdheid te uiten zegt men dikwijls:....)
  24. Brugs: Je ziet erut lik enen die nog nie gescheten et. (=Nors gezicht, uiterlijk)
  25. Tilburgs: zaolege kèrsemes, un zaoleg ötènde èn un goej begien (=zalig kerstfeest, een zalig uiteinde en een goed begin)
  26. Noorderkempisch: Ver niet stiendwood (=Tot het uiterste gaan voor iets dat gratis wordt weggegeven)
  27. Staphorsts: 't vleis veur de roet'n en de botten op bedde (=al het geld uitgeven aan uiterlijk vertoon)
  28. Lebbeeks: kapélle: En aa kapélle moe versier wèrr'n (=Een oudere vrouw moet meer aandacht besteden aan haar uiterlijk)
  29. Lokers: è'k ik een aute muileken misschien? (=om uw ongenoegen te uiten wanneer je geen deel krijgt bij de verdeling van iets lekkers)
  30. Klemskerks: groate ruuten, letter kluuten: wie met uiterlijk vertoon rijkdom voorwendt, is in werkelijkheid vaak een armoedzaaier. (=grote ruiten, letter kluiten)
  31. Klemskerks: feteurlik, zei tn, en je reeë' med een oendekarre (traditionele zei-spreuk, gebruikt als humoristische woordspeling op 'natuurlijk!' in de zin van 'uiteraard, vanzelfsprekend') (=voituurlijk, zei hij, en hij reed met een hondenkar)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen