Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

39 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ucht`

  1. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  2. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  3. de lucht van iets krijgen (=ergens van horen)
  4. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken. (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen.)
  5. de vruchten van iets plukken (=het voordeel van iets hebben)
  6. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen. (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  7. een gat in de lucht slaan (=compleet misslaan)
  8. een gat in de lucht slaan. (=een onnozele handeling doen.)
  9. een gat in de lucht springen (=enthousiast zijn over iets, blij zijn met iets => enthousiast)
  10. een gat in de lucht springen. (=ongeremd enthousiast zijn.)
  11. een luchtje aan zitten (=iets klopt ergens niet aan)
  12. een luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
  13. een luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
  14. er is een luchtje aan (=het klopt niet, er is iets niet in orde)
  15. er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
  16. er zit een luchtje aan (=het is niet juist, niet goed)
  17. ergens lucht aan geven (=laten blijken)
  18. ergens lucht van krijgen (=ergens van de op de hoogte geraken, iets in de gaten krijgen)
  19. geen kou aan de lucht (=geen gevaar)
  20. geen vuiltje aan de lucht zijn (=niets aan de hand zijn, geen enkel probleem zijn)
  21. geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
  22. het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die tekens weer kwaad uitvaart)
  23. het zijn niet de slechtste vruchten waaraan de wespen knagen. (=over de goede mensen worden vaak onaardige dingen verteld)
  24. iemand niet kunnen luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  25. in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  26. in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  27. in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  28. in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
  29. kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
  30. lucht geven aan (=uiting geven aan)
  31. om een luchtje gaan (=dood gaan)
  32. onder het juk zuchten (=onderworpen zijn)
  33. uit de lucht gegrepen (=uit het niets gegrepen, zonder enige grond)
  34. uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
  35. uit de lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
  36. voor geen klein geruchtje vervaard (=niet gauw bang)
  37. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  38. zijn hart luchten (=iemand over de problemen vertellen die hij bij zich draagt)
  39. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)

21 betekenissen bevatten `ucht`

  1. naar zijn hielen omzien (=aan vluchten denken)
  2. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien.)
  3. bekend staan/zijn als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
  4. op de boom verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn)
  5. dat is een steen van mijn hart (=dat is een hele opluchting)
  6. de vogel is gevlogen (=de dader is was al weg (of gevlucht))
  7. de oren wassen (=duchtig ervan langs geven, de waarheid zeggen)
  8. een pak van het hart (=een grote opluchting)
  9. een steen van het hart zijn (=een grote opluchting zijn)
  10. het hazepad (ver)kiezen (=er vandoor gaan of vluchten)
  11. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil. (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil.)
  12. onder de blauwe/blote hemel (=in open lucht)
  13. morgenrood/avondrood brengt water in de sloot (=na een rode morgen- of avondlucht komt regen)
  14. zich met vijgenbladen dekken / Vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
  15. uit de koets vallen (=ontnuchterd worden)
  16. in een geur van heiligheid (=uiterst godvruchtig)
  17. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk). (=van doden is geen gevaar te duchten.)
  18. het vege lijf redden (=vluchten, er snel vandoor gaan)
  19. waar rook is is vuur (=waar geruchten over wangedrag zijn, zal er ook wel iets mis zijn.)
  20. de hielen laten zien (=weggaan, vluchten)
  21. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen