Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


67 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tro`

  1. troeven achter de hand houden (=iets voordeligs achterhouden, informatie achterhouden)
  2. uit de klei getrokken (=boers)
  3. van de troon stoten (=de macht ontnemen)
  4. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  5. Vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard. (=Vertrouwen wint men langzaam, maar kan men vlug verliezen)
  6. waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
  7. witte paarden hebben veel stro nodig (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
  8. Witte paarden hebben veel stro nodig. (=Pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
  9. zich een strop om de hals halen (=zich in de problemen werken)
  10. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed heeft)
  11. zijn laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  12. zijn lot getroost zijn (=zijn lot aanvaarden)
  13. zijn ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
  14. zo fijn als gemalen poppenstront (=zeer streng rechtzinnig)
  15. zo zijn we niet getrouwd (=op die manier iets niet afgesproken hebben)
  16. zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)
  17. zout in de wond strooien (=iemands leed verergeren)

67 betekenissen bevatten `tro`

  1. over het hoofd groeien (=niet meer onder controle te houden)
  2. te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)
  3. Onder de bezem getrouwd zijn (=Ongetrouwd samenwonen)
  4. van een bruiloft komt een bruiloft (=op een bruiloft kunnen twee mensen elkaar leren kennen die dan weer gaan trouwen)
  5. om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
  6. aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
  7. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  8. een muurbloempje zijn (=stil en teruggetrokken zijn)
  9. voor de mast gediend hebben (=van gewone matroos opgeklommen zijn tot officier)
  10. aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verloofd of getrouwd te zijn)
  11. in de fuik zijn (=verloofd of getrouwd)
  12. Vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard. (=Vertrouwen wint men langzaam, maar kan men vlug verliezen)
  13. op zijn hoede (of qui-vive) zijn (=voorzichtig zijn omdat het niet helemaal vertrouwd wordt)
  14. tap hem maar borg hem niet (=wantrouw hem)
  15. Geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=Wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  16. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  17. Ze staat in haar eigen licht (=Ze is trots op zichzelf)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen