Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `telle`

  1. Aan een oud dak moet je veel herstellen (=Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  2. de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
  3. de wet stellen (=zijn wil opleggen)
  4. erbij staan of men geen tien kan tellen (=er onnozel bijstaan)
  5. ergens paal en perk aan stellen (=orde op zaken stellen)
  6. het niet meer kunnen navertellen (=er aan sterven)
  7. iemand de brokken in de mond tellen (=iemand iets helemaal niet gunnen)
  8. iemand de wet stellen (=iemand iets opdragen te doen)
  9. iemand iets onder de roos vertellen (=iemand in het geheim iets meedelen)
  10. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  11. iemand ter aarde bestellen (=iemand begraven)
  12. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
  13. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  14. iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kunnen nagaan/checken)
  15. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  16. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  17. in de waagschaal stellen (=groot risico nemen)
  18. in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  19. in het ongelijk stellen (=ongelijk geven)
  20. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)
  21. of men geen tien kan tellen (=zich onnozel houdend)
  22. op de hoogte stellen (=informeren)
  23. op je tellen passen (=voorzichtig zijn)
  24. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  25. prijs stellen op (=weten te waarderen, graag willen)
  26. tot geen drie kunnen tellen (=erg dom zijn)
  27. zich blootstellen aan (=in aanraking komen met)
  28. zijn botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
  29. zijn leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)

70 betekenissen bevatten `telle`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. je hart uitstorten (=aan iemand alles (in vertrouwen) vertellen)
  3. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  4. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  5. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  6. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  7. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  8. in een andere vorm gieten (=anders voorstellen)
  9. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  10. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  11. de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
  12. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  13. er geen doekjes om winden (=de waarheid onverbloemd vertellen)
  14. door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  15. jut en jul (=een apart of raar stelletje)
  16. een draai aan het verhaal geven (=een hele eigen versie van wat er gebeurd is vertellen)
  17. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  18. klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
  19. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  20. te biechte gaan (=gaan vertellen (wat je eigenlijk niet mag vertellen))
  21. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  22. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  23. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  24. de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
  25. een dronkemansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
  26. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  27. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  28. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  29. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  30. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  31. iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
  32. je hart luchten (=iemand over je problemen vertellen)
  33. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  34. iemand uit de droom helpen (=iemand vertellen hoe het écht in elkaar zit)
  35. kort en bondig vertellen (=iets kort, maar duidelijk vertellen)
  36. een liedje van verlangen (=iets nog even proberen uit te stellen)
  37. iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
  38. iets van haver tot gort vertellen (=iets tot in detail vertellen)
  39. iets op de lange baan schuiven (=iets uitstellen)
  40. uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
  41. met iets op de proppen komen (=iets vertellen, ermee voor de dag komen)
  42. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  43. uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
  44. Je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=Ik hoef je niet alles te vertellen.)
  45. een vuist maken (=krachtig opstellen)
  46. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  47. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  48. iemands naam door de slijk halen (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  49. iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
  50. de lat hoog leggen (=moeilijk haalbare doelen stellen)

Het dialectenwoordenboek kent 12 spreekwoorden met `telle`

  1. Vijlens: telle wie inge meikaever (=tellen als een meikever)
  2. Lebbeeks: tellevies: D'n tellevies masjeer ni (als het over machines gaat gebruik je het woord masjeer) (=De televisie werkt niet)
  3. Tilburgs: ötkèèke èn daoge tèlle (=op je tellen passen)
  4. Geels: Was er oep tellevies vandoag? (=Wat is er op de televisie vandaag?)
  5. Gronings: Winschoter ,,tellerlikker.'' (=inwoner van Winschoten)
  6. Westerkwartiers: neuz'n tell'n (=de aanwezige mensen tellen)
  7. Merenaars: 't land uit de dieven tellen (=niet thuis zijn)
  8. Moes: tlanduit de dieven gaun tellen (=vertrokken met de noorderzon)
  9. Kinrooi: Eine knien kan waal good vermenigvuldige mer van tèlle kèntj 'r niks! (=Een konijn kan wel goed vermenigvuldigen maar van tellen kent hij niets!)
  10. Oudenbosch: bendoe knikkers aonut telle ? (=doe je handen uit je zakken)
  11. Oudenbosch: ge kun z n knoke telle (=hij is vel over been)
  12. Merenaars: a moet op zen tellen passen, letten (=hij moet goed oppassen, opletten wat hij zegt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen