Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `te zijn`

  1. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  2. in de laagte zijn (=in armoedige toestand verkeren)
  3. op de hoogte zijn (=het weten)
  4. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)

25 betekenissen bevatten `te zijn`

  1. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  2. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  3. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
  4. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  5. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  6. zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
  7. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  8. zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
  9. poot-aan spelen (=hard doorwerken (om op tijd te zijn))
  10. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  11. beter blo(de) Jan dan do(de) Jan (=het is beter zich laf blood te gedragen, dan te sterven, dood te zijn)
  12. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  13. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  14. als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  15. men moet vossen met vossen vangen (=je moet een slimme persoon vangen door slim te zijn)
  16. lachen als een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
  17. een slag om de arm houden (=niet direct alles vertellen of voorzichtig zijn om toekomstige problemen voor te zijn)
  18. niet graag in iemand schoenen staan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)
  19. krakende wagens lopen/rijden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  20. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)
  21. weten waar Petrus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
  22. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  23. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  24. door de mand vallen (=van een lager niveau blijken te zijn dan de buitenwereld tot dan toe had gedacht)
  25. aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verloofd of getrouwd te zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 18 spreekwoorden met `te zijn`

  1. Dilbeeks: of 't rèsscheit (=of daaromtrent, (lett. het riskeert zo te zijn))
  2. Aalsters: van krommenoos geboren (=veinzen niet op de hoogte te zijn)
  3. Munsterbilzen - Minsters: de bès waeste bès ! (=accepteer wie je bent, vergeet wie je dacht te zijn)
  4. Bilzers: de naach beheirt sjelme en lichte vrolaaj (='s nachts behoor je in je bed te zijn)
  5. Munsterbilzen - Minsters: wimpële (=met iets bluffen (door opvallend er mee bezig te zijn))
  6. Dongens: Dun diën is meer dan nu rechte verkenssteirt (=Iemand die denkt meer te zijn dan een ander)
  7. Antwerps: t' stekt nie nauw (=het hoeft niet perfect te zijn)
  8. Bilzers: das griene kal (=dat is praat om er vanaf te zijn)
  9. Bilzers: sjaun lidsjes doere naut lang (=te mooi om waar te zijn)
  10. Lokers: 't is presies un eilig zauntsjen (=dit kind lijkt op deze foto zeer braaf te zijn)
  11. Oudenbosch: ze bijte allemaol wel as ze brood zien en das tijd genog (=je hoeft niet bang te zijn om over te schieten)
  12. Kinrooi: De hoofs neet de bèste te zeen es te mer good dien bèst duis! (=Je hoeft niet de beste te zijn als je maar goed je best doet!)
  13. Twents: Dom wean heendert nich ' t wördt pas slim a-j ' t zölf nich deur hebt (=Het is niet erg om dom te zijn, het wordt pas erg als je het zelf niet in de gaten hebt)
  14. Kinrooi: Edere mins heet 'r recht op óm gelökkig te zeen! (=Ieder mens heeft er recht op om gelukkig te zijn!)
  15. Steins: dat is get, dao zaeste geer taenge (=iets om trots op te zijn)
  16. Munsterbilzen - Minsters: God hèt ook de vrolaaj gemok,mer hae hètter zelf geen gehate (=je hebt geen vleugels nodig om een engel te zijn)
  17. Eindhovens: G'oeft gin land te hebbe um boer te zen (=men hoeft geen land te hebben om een boer te zijn)
  18. Opglabbeeks: hiej en tiege en doa entüsse hubbe ter al vvêl viegelkes gesjiete die nuuw noeg gei koentje hubbe (=we zullen wel zien zonder voorbarig te zijn)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen