Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `te ver`

  1. dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
  2. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  3. iets te verhakstukken hebben (=nog iets met iemand te bespreken hebben, nog iets te doen hebben)
  4. niets te verletten hebben (=de tijd hebben)

43 betekenissen bevatten `te ver`

  1. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  2. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  3. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
  4. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  5. Sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  6. in een goed blaadje proberen te komen (=een goede reputatie proberen te verkrijgen)
  7. grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zaaks)
  8. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  9. Vast in het zadel zitten. (=Een leider die niet makkelijk uit zijn positie te verwijderen is)
  10. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  11. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  12. Rozen (paarlen) voor de zwijnen werpen (=Geld of moeite verspillen aan iets nutteloos)
  13. De rook kan het hangerijzer niet deren (=Het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
  14. het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten)
  15. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  16. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  17. hij kan zijn naadje wel naaien (=hij weet zijn geld wel te verdienen)
  18. wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  19. met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vertrouwen)
  20. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  21. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  22. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  23. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  24. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  25. een potje te vuur hebben staan (=iets onaangenaams te verwachten hebben)
  26. nog niet jarig zijn (=iets ongunstigs te verwachten hebben)
  27. iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
  28. Je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=Ik hoef je niet alles te vertellen.)
  29. wie maaien wil moet zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
  30. Daar hangt de schaar uit (=Men is daar niet te vertrouwen)
  31. geld ruiken (=merken dat er iets te verdienen is)
  32. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  33. over de hoge schoenen lopen (=te ver gaan of niet realistisch zijn)
  34. onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
  35. werk aan de winkel zijn (=veel werk te verzetten zijn)
  36. aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  37. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  38. weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
  39. holle vaten bommen/klinken het hardst (=wie er het minste verstand van heeft, verkondigt het luidst zijn mening)
  40. wie wind zaait zal storm oogsten (=wie ruzie probeert te veroorzaken zal zelf ruzie krijgen)
  41. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)
  42. de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
  43. de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)

Het dialectenwoordenboek kent 16 spreekwoorden met `te ver`

  1. Merenaars: da got over zèn out (=dat gaat te ver)
  2. Kortrijks: je goat over de skréve (=hij gaat te ver)
  3. Mechels (BE): tgad ouver z'n haot (=dat gaat te ver)
  4. Westerkwartiers: de gört is goar ! (=dit gaat te ver !)
  5. brabants: Dès vuste wait weg! (=Dat is veel te ver!)
  6. Slands: Bin je nou hemaal belahzerd ! (=Dit gaat te ver !)
  7. Oudenbosch: da gaodover mun out eene (=dat gaat mij veel te ver)
  8. Volendams: nou binne de rapen gaor. (=nu ben je te ver gegaan)
  9. Westerkwartiers: nou moakst 'et te bont (=nu ga je te ver)
  10. Westerkwartiers: nou gijt ze over de schreef (=nu gaat ze te ver)
  11. Westfries: 't Kin te gek ôk! (=Dit gaat me te ver!)
  12. Kortrijks: tligt buten min smeete (=het ligt buiten mijn bereik (te veraf))
  13. Lierops: roi haar en schoiersstreken kunde nie wegfokken (=verkeerde gewoonten zijn moeilijk te veranderen)
  14. Lokers: noue eed ij toch in mijn roape gescheten (=Nu is hij voor mij te ver gegaan en ik zal hem dat betaald zetten)
  15. Ninoofs: uit de duivenmelkerij, een duif die te ver is gevlogen en te laat terugkeert. (=a komt van oever)
  16. Vechtdals: dinn löt zich nie lös da hof he ok niks te veraantwoordn. (=hij doet niet schrijlings, dan kan met hem ook niet er op aanspreken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen