Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `te vangen`

  1. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  2. een bliekje werpen om een snoek te vangen (=met iets onbeduidends iets belangrijks proberen te krijgen)
  3. een spiering uitgooien om een kabeljauw te vangen (=iets opofferen om er groter nut voor terug te krijgen)
  4. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  5. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  6. hier niet zijn om vliegen te vangen (=niet gekomen om de tijd de verdoen)
  7. hij is onder een hoedje te vangen. (=hij is zeer stil en gedwee.)
  8. hij is te vangen als een aal bij zijn staart (=hij is moeilijk te vatten)
  9. niet voor een gat te vangen (=niet door één moeilijkheid te ontmoedigen)
  10. om vliegen te vangen (=om te luieren (niets te doen))
  11. onder een hoedje te vangen zijn (=niet veel zeggen of mak zijn)
  12. te vangen als een aal bij zijn staart (=moeilijk te vatten)

4 betekenissen bevatten `te vangen`

  1. een gladde aal (=een gewiekst persoon (moeilijk te vangen))
  2. er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
  3. zich schrap zetten (=klaarmaken om de klap op te vangen)
  4. het is een gladde aal (=niet gemakkelijk te vangen (figuurlijk))

Het dialectenwoordenboek kent 11 spreekwoorden met `te vangen`

  1. Lichtervelds: jeet weer in ze gat (=er is niets mee aan te vangen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: de weeld stik em (=hij weet niet wat aan te vangen met zijn overvloed)
  3. Munsterbilzen - Minsters: daaj doog aut er pens nie (=daar is niets mee aan te vangen)
  4. Bilzers: douë es géén haus mèt te haage (=daar is niks mee aan te vangen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: gene stamp onder zen kloete wiëd zin (=niets mee aan te vangen)
  6. Moes: nie veur iën gat te vangen (=een slimme persoon)
  7. Lebbeeks: donder'n: Ei es te stom vé t'elpen donder'n (=Hij is te dom om iets mee aan te vangen)
  8. Gronings: Mit 'n metworst noar'n ziede spek gooien (=Men gooit een spiering uit om een kabeljauw te vangen)
  9. Bilzers: nie wiëte van wo hoot pijle maoke (=niet weten wat aan te vangen)
  10. Liedekerks: e begintj te vangen (=Hij begint zot te worden)
  11. Lebbeeks: land: Mé em val gé land te bezouijl'n (=Met hem valt er niets aan te vangen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen