Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `té veel`

  1. te veel hooi op je vork nemen (=te veel werk aannemen, zodat je in moeilijkheden komt)
  2. te veel pannen op het dak (=te veel die het kunnen horen)
  3. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
  4. te weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
  5. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)

46 betekenissen bevatten `té veel`

  1. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  2. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  3. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  4. over het paard tillen (=er te veel goeds van zeggen / verwend en geprezen zijn)
  5. hij is over het paard getild (=hij heeft te veel eigendunk of heeft een naar karakter, doordat hij zoveel geprezen of verwend is)
  6. hij droomt van schol hij eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  7. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)
  8. iemand het vel over de oren halen (=iemand te veel laten betalen)
  9. iemand villen (=iemand te veel laten betalen / Iemand afpersen)
  10. Over het paard tillen. (=Iemand te veel prijzen, zodat hij verwaand wordt)
  11. iets in de schoot geworpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  12. men moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  13. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  14. beter ermee verlegen dan erom verlegen (=liever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
  15. men moet een paard de rug niet stukrijden (=men moet niet altijd te veel eisen)
  16. Men moet een paard de rug niet stuk rijden. (=Men moet niet te veel eisen van een ander)
  17. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  18. zijn gemak houden (=niet te veel werk doen, niet kwaad worden)
  19. met dubbel krijt schrijven (=te veel aanrekenen)
  20. te diep in het glaasje kijken (=te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn)
  21. aan Bacchus offeren (=te veel alcoholhoudende drank nuttigen)
  22. een losse tong hebben (=te veel babbelen)
  23. te veel pannen op het dak (=te veel die het kunnen horen)
  24. naast zijn schoenen lopen (=te veel eigendunk hebben)
  25. zijn hand overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
  26. zijn handen overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
  27. zijn buik op de leest slaan (=te veel eten)
  28. een tik aanhebben (=te veel gedronken hebben)
  29. een tikje aanhebben (=te veel gedronken hebben)
  30. zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven)
  31. Je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=Te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
  32. meer laden dan men dragen kan (=te veel hooi op zijn vork nemen)
  33. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
  34. zich blind staren op (=te veel naar één eigenschap kijken)
  35. overdaad schaadt (=te veel van iets is schadelijk)
  36. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
  37. de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
  38. te veel hooi op je vork nemen (=te veel werk aannemen, zodat je in moeilijkheden komt)
  39. al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  40. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  41. Als je veel eet, dan ben je lelijk als je dood bent. (=Waarschuwing tegen te veel eten.)
  42. wie `s nachts gaat vissen moet overdag zijn netten drogen (=Wie te veel heeft gedronken is de volgende dag niets waard)
  43. een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
  44. zich op een afstand houden (=zich niet te veel met de zaak bemoeien)
  45. zich op de vlakte houden (=zich niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  46. binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen