Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

31 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tère`

  1. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  2. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  3. de verloren zoon is terecht (=wat (of wie) al lang verloren was, is teruggevonden)
  4. een adder aan zijn borst/boezem koesteren (=iets doen voor een ondankbaar iemand)
  5. een bittere pil slikken (=grote moeite ergens mee hebben)
  6. een kat komt altijd op z'n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
  7. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
  8. een tere snaar aanroeren (=spreken over iets waar men beter niet over had gesproken)
  9. god betere het (=laten we vooral hopen van niet)
  10. had je me gisteren gehuurd dan was ik vandaag je knecht geweest (=je moet zo niet commanderen - dat doe ik gewoon niet!)
  11. het interesseert me geen drol (=het interesseert me niets)
  12. hij weet van voren niet dat hij van achteren leeft (=hij is erg dom)
  13. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
  14. iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  15. iets niet kunnen gebeteren (=iets niet kunnen verhelpen)
  16. in het oor fluisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
  17. liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
  18. long en lever verteren (=alles opmaken)
  19. luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
  20. luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
  21. naar het lek luisteren (=niets doen)
  22. niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben)
  23. niet van vandaag of gisteren (=niet dom)
  24. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  25. op zijn pootjes terecht komen (=het komt vanzelf wel voor elkaar)
  26. op zijn vet teren (=leven van gespaard geld)
  27. schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
  28. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
  29. van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
  30. zijn oor te luisteren leggen (=informeren)
  31. zo dom als het achtereind van een koe/varken (=erg dom)

92 betekenissen bevatten `tère`

  1. iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat)
  2. de baron spelen (=(onterecht) baas spelen)
  3. met zijn gat in de boter vallen (=(onverwacht) goed terechtkomen)
  4. met zijn neus in de boter vallen (=(Onverwacht) goed terechtkomen)
  5. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
  6. De kruik gaat zolang te water tot zij barst (=1: Alles heeft zijn beperkingen. 2: De onvoorzichtige die niet naar goede raad wil luisteren ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
  7. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  8. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  9. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  10. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  11. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  12. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  13. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  14. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  15. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  16. de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
  17. van de wal in de sloot (helpen) (=de situatie verergeren in plaats van verbeteren)
  18. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  19. oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  20. voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  21. op de koop toe nemen (=een onbedoeld gevolg accepteren)
  22. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  23. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  24. er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
  25. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  26. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  27. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  28. onder de schoenzolen schrijven (=ergens niets van terecht komen)
  29. ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)
  30. voor de schenen/voeten werpen (=ermee confronteren)
  31. zich de wet niet voor laten schrijven (=geen bevelen accepteren van een ander)
  32. de oren scherpen (=goed luisteren)
  33. de oren spitsen (=goed luisteren)
  34. geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
  35. het interesseert me geen drol (=het interesseert me niets)
  36. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet)
  37. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  38. er is reuk noch smaak aan (=het is weinig waard, het is niet interessant)
  39. iemand een pluim op zijn hoed steken (=iemand complimenteren)
  40. iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
  41. iemand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
  42. iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
  43. iemand iets voor de voeten gooien (=iemand met iets confronteren)
  44. iemand of iets de baas zijn (=iemand of iets kunnen overmeesteren)
  45. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  46. iemand het bloed onder de nagels vandaan halen (=iemand vreselijk treiteren of irriteren)
  47. iemand warm maken (=iemands interesse opwekken)
  48. iemand ergens voor warm maken (=iemands interesse voor iets opwekken)
  49. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  50. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)

Het dialectenwoordenboek kent één spreekwoord met `tère`

  1. Hulsters (NL): tèren, tèrdag (=uit eten/drinken met een club op vereniging op een vaste dag)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen