Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


81 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `t op`

  1. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  2. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  3. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  4. iets zwart op wit hebben (=het op papier hebben staan)
  5. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje. (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
  6. je kunt van mij de pot op. (=je doet maar waar je zin in hebt)
  7. job krijgt op zijn kop (=kaartspel: als klaverenheer wordt afgetroefd)
  8. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd. (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  9. maar voor het opscheppen hebben (=meer dan genoeg hebben, zonder er iets voor te moeten doen)
  10. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best). (=met beleefdheid kun je veel bereiken.)
  11. met open armen (=met groot genoegen)
  12. met open armen ontvangen (=met graagte ontvangen)
  13. met open vizier (=met eerlijke middelen)
  14. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  15. Niet het zout op zijn patatten verdienen (=Een klein inkomen hebben)
  16. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  17. niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
  18. nog niet op eigen benen kunnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
  19. ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
  20. plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
  21. Rome is niet op een dag gebouwd (=je moet het niet overhaasten)
  22. tot op de draad versleten (=helemaal versleten)
  23. tot op het bot uitzoeken (=zeer grondig uitzoeken)
  24. uit de goot opgeraapt (=van erg lage afkomst)
  25. vat op iemand krijgen (=iemand van iets kunnen overtuigen)
  26. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  27. wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten. (=wie een risico neemt, moet de gevolgen dragen.)
  28. zich met de borst op iets toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen)
  29. zij is niet op haar mondje gevallen. (=zij is goed in staat om zich met woorden te verdedigen. Zij praat veel.)
  30. zijn hoed staat op halfzeven. (=hij is dronken.)
  31. zijn kruit op de mussen verschieten (=zijn woorden verspillen)

89 betekenissen bevatten `t op`

  1. mijn hoofd staat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)
  2. voor aap staan (=in het openbaar belachelijk zijn.)
  3. men moet het ijzer smeden als het heet is. (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
  4. jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
  5. een plaat voor je hoofd hebben. (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving.)
  6. er nachtwerk van maken (=laat opblijven)
  7. er blijft veel aan maat en strijkstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
  8. willens en wetens iets doen (=met opzet)
  9. de kaas niet van het brood laten eten/halen (=niet laten ontnemen waar men recht op heeft)
  10. geen complimenten maken met (=niet ontzien, beslist optreden)
  11. ergens geen peil op kunnen trekken (=niet op iemand af kunnen gaan)
  12. niet goed bij zijn positieven zijn (=niet op zijn gemak zijn, een beetje ziek zijn)
  13. geen krimp geven (=niet opgeven)
  14. het er niet bij laten zitten (=niet opgeven)
  15. het veld behouden (=niet opgeven)
  16. voor de mast zitten (=niet opkunnen wat men op zijn bord heeft)
  17. een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen.)
  18. in iemands schaduw staan. (=niet opvallen omdat iemand anders meer opvalt.)
  19. geen handbreed wijken (=niet opzij gaan, nooit bang is)
  20. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten. (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring.)
  21. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  22. met voeten treden (=overtreden, niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan.)
  23. als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
  24. naar de haaien gaan (=ten onder gaan, zinken, zeer grote problemen krijgen en wellicht ophouden te bestaan)
  25. ad fundum (=tot op de bodem)
  26. het hoofd laten hangen (=treurig zijn - het opgeven)
  27. over het hoofd zien (=vergeten, niet opmerken)
  28. als een kat in een vreemd pakhuis. (=voelt zich niet op zijn gemak.)
  29. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  30. die niet werkt, zal niet eten. (=wie bewust niet wil werken heeft geen recht op geld)
  31. de brutalen hebben de halve wereld. (=wie brutaal is krijgt doorgaans meer dan dat diegene recht op heeft)
  32. het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
  33. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje. (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
  34. als haringen in een ton (=Zeer dicht opeen gepakt)
  35. de dingen bij hun naam noemen (=zeggen waar het op staat)
  36. zijn ogen in zijn zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  37. als haringen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden)
  38. van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)
  39. men moet geen slapende honden wakker maken. (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken.)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen