Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `stij`

  1. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
  2. een houten/stijve Klaas zijn (=nooit iets leuks willen)
  3. een jatmous van een wijf, maakt de nering stroef en stijf (=het brengt ongeluk als je eerste klant een vrouw is)
  4. een roepende in de woestijn zijn (=niemand die naar je wil luisteren (bij raad/waarschuwingen))
  5. een voet in de stijgbeugel hebben (=uitzicht hebben op bevordering)
  6. het been stijf houden (=niet toegeven)
  7. naar de Filistijnen (=reddeloos verloren / kapot)
  8. op zijn Pegasus stijgen (=een gedicht schrijven)
  9. oude bokken hebben stijve horens (=oude mensen hebben vaak vaste gewoontes die maar moeilijk kunnen veranderen)
  10. roepen in de woestijn (=niet gehoord worden)
  11. zo stijf als een bonenstaak (=bijzonder stijf)

8 betekenissen bevatten `stij`

  1. zo stijf als een bonenstaak (=bijzonder stijf)
  2. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  3. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  4. lopen alsof men een lantaarnpaal heeft ingeslikt (=erg stijf, houterig lopen)
  5. als een pilaarheilige (=onbeweeglijk, stijf)
  6. als een zoutpilaar (=onbeweeglijk, stijf)
  7. als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
  8. beneden alle peil (=stijlloos)

Het dialectenwoordenboek kent 53 spreekwoorden met `stij`

  1. Munsterbilzen - Minsters: stijten en broeksjijten (=bluffen)
  2. Bilzers: staajf kni (=stijf zijn)
  3. Moes: stijf as een berre (=zo stijf als een plank)
  4. Zottegems: zu stijf azzen ijzeren ekken (=heel stijf)
  5. Munsterbilzen - Minsters: stijf van polka (=stijf van de schrik)
  6. Sint-Niklaas: 't is ne nurk van ne vent (=hij is een stijfkop, een moeilijke vent)
  7. Sint-Niklaas: 'kzî zo stijf als een bard (=ik ben heel stijf)
  8. Waregems: 't luuëpt zieër ip (=het kostenplaatje stijgt snel)
  9. Lovendegems: een stijte bieste (=iemand met een stoute tong*)
  10. Tilburgs: unnen hawtere klaos (=een onbeholpen stijf mens)
  11. Bilzers: zoe stijf as een plank ; zoe stijf as een hoot (=zo stijf als een plank)
  12. Antwerps: heur koplaampe braande (=haar tepels staan stijf)
  13. Genneps: Zó stief as ennen wisbom (=stijf als een hark)
  14. Mestreechs: de poet stief hawwe (=de poot stijf houden)
  15. Westerkwartiers: die stij ien 'n kwoad daglicht (=die staat slecht te boek)
  16. Wetters: een stijluuge (=een pijnlijke ontsteking aan het oog)
  17. Sint-Niklaas: stokstijf zin (=zo stijf zijn als een stok)
  18. Westerkwartiers: zien muts stijt verkeerd (=hij is franterig)
  19. Westerkwartiers: hij stijt niet vaast ien zien schoen'n (=hij is niet standvastig)
  20. Antwerps: de konnentjes ston oan den droad (=haar tepels staan stijf)
  21. Westerkwartiers: die kirrel stijt scheef ien 'e schoen'n (=die man is oneerlijk)
  22. Westerkwartiers: hij stijt ien zien hemd (=hij staat voor joker)
  23. Munsterbilzen - Minsters: doë kraajg ich de stijpkes van (=daar krijg ik het op mijn heupen van)
  24. Westerkwartiers: dat bloeske stijt dij jinteg (=dat bloesje staat je vlot)
  25. Westerkwartiers: hij stijt doar as 'n zoltzak (=hij staat daar als een meelbaal)
  26. Westerkwartiers: hij stijt ien 'n goeie reuk (=hij staat gunstig bekend)
  27. Westerkwartiers: hij lugt of 't drukt stijt (=hij liegt zonder te blozen)
  28. Westerkwartiers: pabbe stijt op 'e ledder (=pappa staat op de ladder)
  29. Temse: stijf as en ijzeren hekke (=niet lenig)
  30. Merenaars: stijf stoeën van 't geldj (=veel geld hebben)
  31. Munsterbilzen - Minsters: stijf gedroenke (=genoeg (bier) gehad)
  32. Westerkwartiers: de deur stijt wiedwoagn's oop'n (=de deur staat wagenwijd open)
  33. Westerkwartiers: niet wiez'n, doar stijt de doodstraf op (=niet wijzen naar een zondaar)
  34. Westerkwartiers: zien pet stijt op haalf zeuv'm (=zijn pet staat scheef)
  35. Twents: oald en stief en nog gin wief (=oud en stijf en nog geen wijf)
  36. Steins: zoea stief wie 'ne klöppel / 'n hout / 'ne badding (=stijf en stram zijn)
  37. Waregems: vroet (stijf) geeëstig (=zeer (erg) leuk)
  38. Gavers: De kolieren van Goavre (het woord is afkomstig van mannen die hemden droegen met stijve boorden) (=Gaverlingen (burgerij))
  39. Munsterbilzen - Minsters: da steet nie én mene kattekismes (=dat is mijn stijl niet)
  40. Westerkwartiers: dat stijt op lözze schroev'm (=dat gaat misschien niet door)
  41. Westerkwartiers: de deur stijt wiedwoag'ns oop'n (=dat is zo helder als maar kan)
  42. Munsterbilzen - Minsters: de paut stijf haage (=bij zijn besluit blijven)
  43. Munsterbilzen - Minsters: de paut stijf haage (=voet bij stek houden)
  44. Westerkwartiers: hij ken lieg'n of 't drukt stijt (=hij kan liegen zonder te blozen)
  45. Westerkwartiers: doar stijt nog 'n potje op 't vuur (=daar worden nog plannen uitgebroed)
  46. Westerkwartiers: zien leev'm stijt op 't spel (=het kan hem de kop kosten)
  47. Bilzers: hae hült zen lippe stijf opéén (=hij zwijgt als een graf)
  48. Oudenbosch: kzijn zo stijf as ne bok (=ik ben helemaal niet lenig meer)
  49. Bilzers: Ich ben nau te aad en te stijf vür e wijf (=Trouwen is voor jongeren)
  50. Westerkwartiers: 't stijt aal'moal pankloar veur dij (=we hebben alles goed voor jou voorbereid)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen