Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ruike`

  1. geld ruiken (=merken dat er iets te verdienen is)
  2. het beste paard struikelt (ook) wel eens (=ook de beste maakt wel eens een fout)
  3. Het beste paard struikelt wel eens. (=Iedereen maakt wel eens een fout)
  4. in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  5. lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
  6. Ook het beste paard struikelt wel eens. (=Ook de deugdzaamste en bekwaamste faalt wel eens)
  7. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
  8. zijn ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  9. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)

21 betekenissen bevatten `ruike`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  3. zijn ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  4. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  5. een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
  6. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  7. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  8. iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  9. iemand pootje lichten (=iemand doen struikelen)
  10. het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
  11. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  12. te/van pas komen (=iets goed kunnen gebruiken)
  13. op zijn tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten gebruiken)
  14. Een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=Men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  15. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  16. overboord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
  17. met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  18. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  19. Een oud paard van stal halen. (=Oude argumenten opnieuw gebruiken)
  20. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  21. wie niet sterk is moet slim zijn (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)

Het dialectenwoordenboek kent één spreekwoord met `ruike`

  1. helmonds: Doe ze de boks op (=laat ze een poepie ruiken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen