Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `rot in`

  1. een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)

Het dialectenwoordenboek kent 18 spreekwoorden met `rot in`

  1. Sjeeter plat: zowjong (=rotjong)
  2. Sjeeter plat: prie (=rotmeid)
  3. Moorsel: ne rotn 'ond (=iemand die stinkende scheten laat)
  4. Zeeuws: dat ei is stienkvuul (=rot ei)
  5. Brakels (gld): Zo rot es un juttepèèr (=Zo rot als een juttepeer)
  6. Lokers: de weireld is vaure rijpe (=de wereld is bijna rot)
  7. Rotterdams: Je de touwtieffus / de teering schrikkuh (=Je rot schrikken)
  8. Lichtervelds: kverschoîte mie e bulte (=ik schrok me rot)
  9. Wetters: zijn da nou roten (=dat is geen fatsoenlijke opmerking)
  10. Ostêns: 't sloeg a me nérte (=Ik verschoot mij rot)
  11. Volendams: zon vernamenug brokkie pepier. (=zo'n klein rot stukje papier)
  12. Venloos: ik heb mich de mies gewerkt (=ik heb me rot gewerkt)
  13. Overmeers: 'n rote bueumen (=een rij bomen)
  14. Gavers: uit de rote klappen (=wartaal spreken)
  15. Westerkwartiers: wat schrift die kirrel met hoanepoot'n (=wat heeft die man een rot handschrift)
  16. Zeeuws: ie is bie un rot stroeatje te trokn (=slap figuur)
  17. Asses: ze koeinn heum hâven méj e rot stroeê (=hij blijft makkelijk hangen)
  18. Munsterbilzen - Minsters: waaj ich zoeg dat mënen heile slaot rot wos, kriëgich nekrop én men kael (=toen ik zag dat al mijn sla rot was, moest ik wel even slikken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen