Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pikke`

  1. een graantje meepikken (=meeprofiteren)
  2. een knorhaan pikken (=een dutje doen)

Eén betekenis bevat `pikke`

  1. een visje verschalken (=een kleinigheid meepikken)

Het dialectenwoordenboek kent 24 spreekwoorden met `pikke`

  1. Sint-Niklaas: pikkelen (=vlug stappen)
  2. Sint-Lenaarts: pikkelen (=hooi op een driepikkel stapelen)
  3. Sint-Niklaas: een pikketijn (=een moeilijke, bazige vrouw)
  4. Munsterbilzen - Minsters: tés pikkedoenkel (=het is heel donker)
  5. Nijlens: amaai mane pikkel (=amai mijn voet)
  6. Westfries: jai pikke de keutel. (=jij snapt het!)
  7. Werviks: je behaert van pikkes (=hij geeft het niet toe)
  8. Hals: op een zeke keek pikken ze allemoe (=Op een zieke kip pikken ze allemaal)
  9. Zaltbommels: een walleke pikken (=over de wal wandelen)
  10. Zwevegems: Ie geboart van pikkens. (=Hij doet alsof zijn neus bloedt.)
  11. Merenaars: hij ligt mè zèn pikkelen omuëg (=hij is erg toegetakeld, hij ligt af)
  12. Tilburgs: de schuup öt et schòp schoepe (=de schop uit de berging pikken.)
  13. Bilzers: Boeste dabs, moeste pikke (=Waar je werkt, moet je eten)
  14. Munsterbilzen - Minsters: pikke waajen hin (=met lange tanden eten)
  15. IJmuidens: een kantje pikken (=langs de haven wandelen)
  16. IJmuidens: ff kantje pikken (=langs de haven lopen/wandelen)
  17. Bilzers: pikke waajen hin (=alleen het beste er uit eten)
  18. Munsterbilzen - Minsters: kraeë pikke mekaander geen oog aut (=gelijkgezinden zitten in alles op één lijn)
  19. Weerts: twieë krejje pikke zich gein ouch oet (=twee gelijkgestemden doen elkaar geen schade aan)
  20. Bilzers: boên hin dab, moetze ooch pikke (=waar je werkt, moet je ook eten)
  21. Harelbeeks: Allee tot in 't pikken van d'n andzjoen eh! (=Een vage afsraak maken)
  22. Steenwijks: ma'k stoete pikken as 't neet waor is (=ik zweer dat het waar is)
  23. Munsterbilzen - Minsters: hae loet zich zene keis van tèsse zen snieë pikke (=de tuinier liet het gras van onder zijn voeten maaien)
  24. Rillaars: koren pikken of afpikken (=Het graan op het veld handmatig van het veld afsnijden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen