Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


153 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `paard`

  1. Een schurftig paard vreest de roskam. (=Wie wat op z`n geweten heeft, is bang voor het onderzoek)
  2. Een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=De invloed van een vrouw is zeer sterk)
  3. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  4. Een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=Snel ziek worden, maar langzaam genezen)
  5. Elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=Boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  6. Eten als een paard. (=Heel veel eten)
  7. Gauw op het paard zitten. (=Snel driftig worden)
  8. Geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=In geen geval ga ik daar naar toe)
  9. gepaard gaan met (=samengaan met)
  10. Heeft de duivel 't paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  11. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  12. het beste paard struikelt (ook) wel eens (=ook de beste maakt wel eens een fout)
  13. Het beste paard struikelt wel eens. (=Iedereen maakt wel eens een fout)
  14. het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
  15. het beste paard van stal halen (=het beste wat men heeft bovenhalen)
  16. Het beste paard van stal vergeten. (=Een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  17. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  18. Het beste paard van stal. (=De beste die er bij is)
  19. het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
  20. Het hinkende paard komt er achteraan. (=De bezwaren komen achterop. Na blijdschap volgt iets minder aangenaams)
  21. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  22. Het is goed sollen met een dood paard. (=Iemand die geen verzet biedt, is een makkelijk slachtoffer)
  23. het is trekken aan een dood paard (=het is een onbegonnen zaak)
  24. Het komt te paard en het gaat te voet. (=Ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
  25. het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  26. Het oog van de meester maakt het paard vet. (=Je moet als baas zelf toezicht houden, want anders wordt je bedrijf verwaarloosd)
  27. het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
  28. Het paard achter de wagen spannen. (=De zaak verkeerd aanpakken)
  29. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  30. Het paard moet tot de kribbe komen. (=Wie belang heeft bij een zaak moet er zelf op uit gaan)
  31. het paard ruikt de stal (=opschieten om gauw thuis te komen)
  32. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  33. Het Trojaanse paard inhalen. (=Ze hebben zichzelf een ramp op de hals gehaald)
  34. Hij heeft paardenvlees gegeten. (=Hij is van nature onrustig)
  35. hij is over het paard getild (=hij heeft te veel eigendunk of heeft een naar karakter, doordat hij zoveel geprezen of verwend is)
  36. hij is van zijn paard gevallen (=hij heeft zijn positie verloren)
  37. Hij is van zijn paard gevallen. (=Hij heeft zijn positie verloren)
  38. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  39. honger als een paard hebben (=Veel trek in eten hebben.)
  40. Honger als een paard hebben. (=Enorme honger hebben)
  41. hoog te paard zitten (=verwaand zijn, eigendunk hebben)
  42. iemand te paard helpen (=iemand een goede baan helpen krijgen)
  43. Iemand te paard helpen. (=Iemand helpen, steunen)
  44. Ik zoek het paard, maar ik zit erop. (=Iets zoeken waar je heel dichtbij bent)
  45. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  46. Je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=Je hebt rijke en arme mensen)
  47. je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
  48. Je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=Te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
  49. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  50. Jong te paard, oud te voet. (=Wie in zijn jonge jaren verkwistend is, moet op zijn oude dag zuinig zijn)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen