Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


18 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `p is`

  1. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  2. als het geld op is, is het kopen gedaan. (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk.)
  3. de boer eet vis als het spek op is (=Je moet tevreden zijn met wat je hebt)
  4. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  5. de klop is er op (=ze is 28 jaar)
  6. de kop is eraf. (=er is een begin gemaakt.)
  7. de olie in de lamp is op. (=het geld is op)
  8. Goed gereedschap is het halve werk (=zonder goed gereedschap (hulpmiddelen) is het moeilijk een karwei goed te doen)
  9. goed gereedschap is het halve werk. (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  10. goedkoop is duurkoop. (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud.)
  11. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  12. het sop is de kool niet waard. (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  13. met het zout komen als het ei op is. (=met een oplossing komen als het probleem er niet meer is)
  14. met zout komen als het ei op is (=te laat komen (met een oplossing))
  15. op is de koek, en weg zijn de dubbeltjes. (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er niet in.)
  16. wie scheep is moet varen (=als je ergens aan begonnen bent moet je er mee voortdoen)
  17. zijn kop is zwaarder dan zijn benen (=hij is dronken (of erg moe))
  18. zijn schip is binnen. (=hij heeft zijn fortuin gemaakt.)

7 betekenissen bevatten `p is`

  1. zichzelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  2. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is.)
  3. het sop is de kool niet waard. (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  4. de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
  5. een raadsheer met een p (=raadsheer met p is praatsheer, men heeft er niet veel aan)
  6. je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent. (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan.)
  7. een dronkemansgebed doen (=zijn geld natellen (als het zo goed als op is))

Het dialectenwoordenboek kent 91 spreekwoorden met `p is`

  1. Opglabbeeks: Bieskespeidje (=paadje achter Bieskens)
  2. Spakenburgs: da paarde rande van da barg aff (=de paard rende van de berg te snel)
  3. Antwerps: paard (=paard)
  4. Vechtdals: de man (=per persoon (p.p.))
  5. Waregems: 'n p'rtietje koart'n (=een kaartje leggen (kaartspel))
  6. Mols: dieje zen paaip is oeit (=hij is getorven)
  7. Aspers: Oast alomme kwam (=Als puntje bij paaltje kwam)
  8. Herentals: Oep 't schieë van de met (=Als puntje bij paaltje komt)
  9. Geels: ha is de paap aowet (=iemand die verdwenen is)
  10. Fries: hynders (=paard)
  11. Munsterbilzen - Minsters: paajn aont lepke (=doet het pijn)
  12. Geuls: unne paaf dedoor houwe (=leuke opmerking maken)
  13. Westerkwartiers: de teeg'nstanner ien 'e paan hakk'n (=de vijand verpletteren)
  14. Rous (Sint-Genesius-Rode): gin paap zèk wèt (=niks waard zijn)
  15. Heemskerks: je paadje inkorten (=slapen)
  16. Munsterbilzen - Minsters: daaj hètte wijsheid èn paach (=zij weet altijd alles beter !)
  17. Geels: ha heit de paap aon mette gegoven (=iemand die gestorven is)
  18. Koersels: As t op schopscheren aankomt (=Als puntje bij paaltje komt)
  19. Tilburgs: höllieje paa môoget nie weete. (=haar vader mocht het niet weten.)
  20. Munsterbilzen - Minsters: ich hëb paajn ojn men goesting (=ik heb niet veel goesting)
  21. Bilzers: ich hüb paajn on men goesteng (=ik zou wel eens willen)
  22. Westerkwartiers: hij kreeg 'n veeg uut de paan (=men verweet hem iets)
  23. Walshoutems: boddelkeir (=Trekkar voor paarden met 2 wielen)
  24. Gronings: poor (=paar)
  25. Tongers: t'ès zaine paa gechéte ! (=Hij lijkt héél erg op zijn vader)
  26. Bilzers: 't Ès autgesnië z'ne paa!\r\n't Es gekots en geschieëte ze vojer (=Het is precies zijn vader)
  27. Munsterbilzen - Minsters: doechet paajn waajsteautten hiemel voels (=hé, wat ben jij toch een knap ding !)
  28. Bilzers: paajn ont lépke ? (=hebt ge u weer pijn gedaan ?)
  29. Londerzeels: Wut pjeit zwet pjeit(snel achter mekaar zeggen was een spelletje (=Wit paard zwart paard)
  30. Rotterdams: net de veemarkt hier en daar een paaltje (=slecht gebit)
  31. Tilburgs: as onze paa dè zie, is ut kòt te klèèn (=als vader dat ziet, komen er moeilijkheden van)
  32. Munsterbilzen - Minsters: sloekke waaj ne sjierdosser (=eten als een paard)
  33. Munsterbilzen - Minsters: nen dikke nak (=over het paard getild)
  34. Steenwijks: dat staot as 'n paole boôm d'Ao (=dat staat als een paal boven water)
  35. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt paajn ont lepke (=hij heeft een verband rond zijn (hand,vinger...))
  36. Bilzers: as lëlek zin paajn doeg, dan wont haaj get aofgesnotterd (=lelijk zijn doet geen pijn)
  37. Lummens: ich hem paain an menn knaai-je van t vu-loraaije (=ik heb pijn aan mijn knieen van te fietsen)
  38. Overrepens: wereke as e pjaad (=werken als een paard)
  39. Westerkwartiers: hij lopt noast zien schoen'n (=hij is over het paard getild)
  40. Nuths: Ete es ene sjurendescher (=Eten als een paard.)
  41. Heusdens: issozze pa wierewieeg (=is vader weer weg)
  42. Westerkwartiers: de knubbel ien 't hoenerhok gooi'n (=man en paard noemen)
  43. Buggenhouts: past da paur a?da paur da past a ! (=past dat paar u? dat paar dat past u!)
  44. Rotterdams: Over het paard getild (=Arrogant)
  45. Tilburgs: ak naa mar wies wèk wô..........., dan hak òk wè, war paa.......!!! (=als ik nu maar eens wist, wat ik wilde............dan had ik ook wat , of niet vader..........!!!)
  46. Sint-Laureins: scherlewiep op zijn peird zittn (=dwars op een paard zitten)
  47. Sevenums: paerd scherp zetten (=paard schroeven onder hoefijzers doen bij gladheid)
  48. Aalsters: Pastapora (=Past dat paar (schoenen) U?)
  49. Leuvens: pasdapôraado (=Pas dat paar oude schoenen daar)
  50. Lommels: In e pej'e liep e pjej'e mè e vuij'e an ze pjui'e en e puij'e an ze stje'e. (=In een paadje liep een paardje met een vodje aan zijn pootje en een potje aan zijn staartje.)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen