Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `opze`

  1. de kam opzetten (=zich verweren, zich tonen)
  2. een boom(pje) opzetten (=een informele discussie starten)
  3. een grote mond hebben/opzetten (=brutaal zijn)
  4. een hoge borst opzetten (=eigenwijs en hoogmoedig zijn)
  5. een keel opzetten (=hard schreeuwen)
  6. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
  7. grote ogen opzetten (=erg verbaasd zijn)
  8. iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)

11 betekenissen bevatten `opze`

  1. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  2. De kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  3. de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
  4. in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
  5. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  6. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  7. een krop opzetten (=een hoge borst opzetten - een fiere houding aannemen)
  8. in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
  9. zich in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  10. willens en wetens iets doen (=met opzet)
  11. de lier aan de wilgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten)

Het dialectenwoordenboek kent 34 spreekwoorden met `opze`

  1. Arnhems: water aansteken (=water opzetten)
  2. Bilzers: kénder traeje opze kleed mér graute opzen hat (=bij het groeien worden kinderen veel agressiever)
  3. Bilzers: nau konste opzen kin kloppe (=er is niets te eten)
  4. Munsterbilzen - Minsters: opzen lêp (=opgezadeld)
  5. Munsterbilzen - Minsters: opzen plak zétte (=terechtwijzen)
  6. Harelbeeks: 'T es mee ipgezette zinne (=Het is opzettelijk)
  7. Westerkwartiers: 'n foudje deur de vingers kiek'n (=opzettrelijk een fout over het hoofd zien)
  8. Munsterbilzen - Minsters: sjrijf tich dat mér opzene bauk (=forget it ! Noppes !)
  9. Munsterbilzen - Minsters: e graut bakkes ophébbe (=een grote mond opzetten)
  10. Lokers: ij ee zijne konzjee gekregen (=hij heeft zijn opzeg gekregen; zij heeft het uitgemaakt)
  11. Mestreechs: dien s'oondags geziech opzette (=je gezicht opklaren)
  12. Munsterbilzen - Minsters: mètten doaver opze lijf zitte (=bang zijn)
  13. Bilzers: opze vét taere (=profiteren van vroegere verdiensten)
  14. Veurns: Gin oog'n enoeg èn voe ... (=Grote ogen opzetten)
  15. Ronsisch: 'n Freute treeken (=Een vies gezicht opzetten)
  16. Lokers: Hij peist dan 't zwiest en 't zwast nog nie (=Iemand die graag een hoge borst opzet)
  17. Bilzers: sjrijftechtat mér opzene bauk (=dat kan je wel vergeten !)
  18. Munsterbilzen - Minsters: n raar snoet trëkke (='n nors gezicht opzetten)
  19. Veurns: Je lippe loat'n ang'n (=Een pruilmond opzetten)
  20. Munsterbilzen - Minsters: zene vilo op zen noës zètte (=zijn bril opzetten)
  21. Munsterbilzen - Minsters: hae kraajchet opzen heupe (=hij wordt stilaan kwaad)
  22. Munsterbilzen - Minsters: nen hauge kraog opzette (=van de hoge toren blazen)
  23. Oudenbosch: we gaonder nog eentje opzette (=we willen nog een kindje)
  24. Zeeuws: tblienkt zo je kan je musse dr we in opzetten (=glimmen)
  25. Bilzers: dür te gon fietse hochter ferm opzenen ojem getréd (=na het fietsen was hij volledig buiten adem)
  26. Bilzers: opzen vingers mauge blijve fleete (=op zen honger blijven zitten)
  27. Bilzers: astech opzene bauk slips, maugech dat dan ook ? (=een goede houding zegt veel over de persoon)
  28. Rijssens: a't aj brek zu'j s zeen wo steenkn (=als die opzet mislukt komt er wat los)
  29. Drents: As Geesiemeu 't ooriezer opzet moew (hen heuien) (=Als het mooi weer wordt moeten we .....)
  30. Munsterbilzen - Minsters: hae spiëlde lëlëk opzen fiaul (=de muzikant had veel noten op zijn zang)
  31. Twents: He hef zik lillik in 'n boek betten (=Zijn opzet is mislukt ( hij heeft zichzelf in de buik gebeten))
  32. Sint-Niklaas: 't al kaks zeigen; al kaks zeétte zot zèn ménink (=zich, zogezegd ongewild maar toch met opzet, iets laten ontvallen)
  33. Munsterbilzen - Minsters: seffes holste nog get opzen knieëk (=straks doe je nog wat op)
  34. Bilzers: wot hübste tochmér opzen praaj (=wat is er feitelijk aan de hand met u)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen