Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `opge`

  1. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  2. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  3. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  4. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  5. met een opgestoken zeil (=driftig, boos)
  6. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  7. opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  8. uit de goot opgeraapt (=van erg lage afkomst)

53 betekenissen bevatten `opge`

  1. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  2. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  3. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  4. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  5. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  6. in zijn schik zijn (=blij en opgewekt zijn)
  7. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  8. de lip laten hangen (=de moed opgeven, pruilen)
  9. het krijt ruimen (=de strijd opgeven, weggaan)
  10. zijn oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
  11. op de lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
  12. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  13. zo mooi als poes (=erg mooi (opgetut))
  14. in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
  15. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  16. aan zijn broek krijgen (=ermee opgescheept worden)
  17. een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
  18. uit de brand zijn (=geholpen zijn, problemen opgelost)
  19. men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
  20. zich laten kennen (=het (al te vroeg) opgeven)
  21. zich laten kisten (=het (al te vroeg) opgeven)
  22. zijn huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
  23. zich niet laten kennen (=het niet te vlug opgeven)
  24. zijn hoofd in de schoot leggen (=het opgeven)
  25. de kolf naar de bal werpen (=het opgeven)
  26. de vlag strijken (=het opgeven)
  27. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  28. hij heeft het probleem onder de knie (=het probleem is opgelost)
  29. zijn vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
  30. het zonnetje in huis (=iemand die zorgt voor een goede, opgeruimde sfeer)
  31. De bijl naar de steel werpen (=Iets geheel opgeven)
  32. tussen de vier muren (=in een kamer opgesloten)
  33. via de achterdeur (=indirect, onopgemerkt, stiekem)
  34. het oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgegeten kan worden)
  35. iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
  36. het veld behouden (=niet opgeven)
  37. het er niet bij laten zitten (=niet opgeven)
  38. geen krimp geven (=niet opgeven, doorgaan zonder te klagen)
  39. Met stille trom vertrekken (=Onopgemerkt vertrekken)
  40. achter de kiezen hebben (=opgegeten hebben)
  41. achter de knopen hebben (=opgegeten hebben)
  42. door het hennepen venster kijken (=opgehangen worden)
  43. achter slot en grendel (=opgesloten)
  44. achter de tralies (=opgesloten)
  45. het hoofd buigen (=opgeven - toegeven)
  46. het hoofd in de schoot leggen (=opgeven en er in berusten)
  47. goed gemutst zijn (=opgewekt zijn, in een goede, vrolijke bui zijn)
  48. zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachtheid opgelost worden)
  49. het hoofd laten hangen (=treurig zijn - het opgeven)
  50. voor de mast gediend hebben (=van gewone matroos opgeklommen zijn tot officier)

Het dialectenwoordenboek kent 44 spreekwoorden met `opge`

  1. Bilzers: gestrieëke en autgebosseld (=opgedirkt en opgeblonken)
  2. Tilburgs: hè-s wir aoreg opgehipperd (=hij is weer aardig opgeknapt)
  3. westlands: in het sis (=opgedirkt)
  4. Zomergems: OPDEDOIN LIJK NEN ANDJUN (=opgeDANE VROUW OF MAN)
  5. Astens: hij is goe opgedreugd (=goed eruitzien)
  6. Evergems: opgetuttert gelijk nen raan adzun. (=opgedaan zonder smaak.)
  7. turnhouts: Haai hee een klets gepakt (=Hij heeft een verkoudheid opgedaan)
  8. Bilzers: bau hübste dae kaa opgerop (=waar heb je die verkoudheid opgedaan ?)
  9. Waregems: i ee em tekoort edoan (=hij heeft zich opgehangen)
  10. Erps: nen brannigen (=iemand die vlug opgejaagd is)
  11. Arendonks: aah-er zen vodde zitteh (=opgejaagd worden)
  12. Munsterbilzen - Minsters: op ze piëdsje zitte (=opgejaagd zijn)
  13. Gulpens: opgedrage an alle lu i gullepe en a wirsziee van de Gulp, die hun dialect nog kalle (=opgedragen aan alle mensen in Gulpen en aan beide kanten van de Gulp die hun dialect nog spreken)
  14. Westlands: in je mik gedouwd (=iets opgelegd krijgen)
  15. Mestreechs: diech gepeerds keuteld veule (=je opgelaten voelen)
  16. Lokers: lègter ou kop bij tèn èd' uefflakke (=wanneer iemand de opgediende maaltijd niet lust)
  17. Turnhouts: haai heed een klets gepakt (=Hij heeft een verkoudheid opgedaan)
  18. Veurns: thuus èkomm'n zien van ... (=slechte ervaring opgedaan hebben met ...)
  19. Oudenbosch: ik staon mee mankemente (=ik word door pech opgehouden)
  20. Oudenbosch: waor edde gij da opgedaon ? (=hoe kom jij daaraan ?)
  21. Waregems: ie kom van verre (=hij was bijna opgegeven (medisch))
  22. Munsterbilzen - Minsters: iemed opgelojd (opgeladen) hebbe (=opgezadeld zitten met iemand)
  23. Oudenbosch: alles is kuis opgegaon (=er is niets overgebleven)
  24. Sint-Niklaas: 'k è gisteren een vallink opgeschjeird (=ik heb gisteren een verkoudheid opgedaan)
  25. Tegels: Doa is de kér opgekiep (=Een miskraam)
  26. Zaans: As de maid un maid heb, heb mevrouw d'r twee (=Een opgedragen klusje afschuiven op iemand anders)
  27. Ransts: diej hee zen joeng opgefret (=man met snor en baard)
  28. Oudenbosch: waor ee zijum opgedaon ? (=waar heeft zij hem gevonden ?)
  29. Westerkwartiers: hij ken 'n potje breek'n (=hij heeft wat krediet opgebouwd)
  30. Hals: Aa èè zèè keiske al twiê kante opgebrand (=Hij heeft goed geleefd)
  31. kortemarks: jeet in ze kloîtn gespeeld (=hij heeft het opgegeten)
  32. Moorsel: 'Nond opgeetn emmen (=de schuldenbok/het zwarte schaap zijn)
  33. Lebbeeks: joenger'n: Zijn joenger'n opgeet'n emmen (=Een baard dragen)
  34. Tilburgs: zullie waaren ur ok meej ötgescheeje (=zij waren er ook mee opgehouden)
  35. Venloos: Die is de kèr opgekiep (=zij heeft een miskraam gehad)
  36. Bilzers: twos n kraem vannen vroo, ich hûber aofgelék en heil opgeaete (=iets lekkers mag je nooit laten staan)
  37. Antwerps: hij eeget in zene kladerendatsj geslagen (=hij heeft het met veel smaak opgegeten)
  38. Oudenbosch: daor zijnk nie mee grootgekomme / opgebrocht (=dat ken ik niet van huisuit)
  39. Tilburgs: we hèbbe saome in dezèlfde waaj gelôope. (=we zijn samen , in elkaars buurt, opgegroeid,)
  40. Weerts: dae wiltj met de groeëte hong mei-j zeike, mer kriegtj de poeët neet hoeëg genôg opgehoffe (=Zich groot voordoen)
  41. Munsterbilzen - Minsters: zen ooge worre wit grutter as zene mond (=hij heeft niet alles opgegeten)
  42. Barghs: `Now goa-k d'r aan`, zei de pier tegen de haan. En toen had-e n'm al half opgegeate. (=Het is te laat daar nog iets aan te doen.)
  43. Sint-Niklaas: zèn alles in older boal geslogen; zèn older ljeizen vol (=ze hebben alles opgegeten, er blijft niets over)
  44. Munsterbilzen - Minsters: de bloën ès verlèd , de hojs zen haan moete auttet nès haage (=de merel heeft het broeden opgegeven omdat je met de eieren hebt aangeraakt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen