Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


61 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op één`

  1. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  2. alle gekheid op een stokje (=maar nu liever ernstig)
  3. alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  4. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  5. als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
  6. als een tang op een varken passen/sluiten (=niet bij elkaar passen)
  7. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  8. als een vlag op een modderschuit (=dat is veel te mooi voor die situatie)
  9. als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte)
  10. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  11. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  12. dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)
  13. dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
  14. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  15. de meitak op een werk zetten (=het werk afmaken)
  16. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  17. een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een heerlijk leventje)
  18. een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
  19. een slok op een borrel schelen (=een groot verschil maken)
  20. er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
  21. er is maar een grote mast op een schip (=er is er maar één de baas)
  22. geen twee hanen op een erf/werf (=geen twee bazen voor hetzelfde werk)
  23. geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
  24. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  25. het is een pleister op een houten been (=het is een nutteloos voorstel)
  26. het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten)
  27. het is op een oor na gevild (=het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug)
  28. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  29. het varken is op een oor na gevild/gewassen (=het is bijna klaar)
  30. het zijn twee handen op een buik (=ze verstaan elkaar volkomen)
  31. iemand iets op een briefje geven (=ergens heel zeker van zijn)
  32. iets op een procrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
  33. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
  34. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  35. met een kanon op een mug schieten (=ophef maken om niks / overdreven zware maatregelen nemen)
  36. op een andere leest schoeien (=op een andere manier aanpakken)
  37. Op een apostelpaard rijden. (=Lopen)
  38. Op een blind paard wedden. (=Je inzetten voor iets wat gedoemd is te mislukken)
  39. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  40. op een gladde baan/weg zijn (=zijn ondergang tegemoet gaan)
  41. op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen)
  42. op een houtje bijten (=honger hebben)
  43. op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
  44. op een kluitje (=dicht bij elkaar)
  45. op een kratje zitten als dat nodig is (=bereid zijn om je aan te passen aan minder luxe )
  46. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  47. op een oor na gevild zijn (=bijna in orde zijn)
  48. op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
  49. op een papieren zoldertje lopen (=grote risico`s nemen)
  50. op een schoen en een slof aankomen (=niets hebben en ergens komen)

32 betekenissen bevatten `op één`

  1. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  2. als de ganzen (=achter elkaar op een rijtje)
  3. De zon niet in het water kunnen zien schijnen (=Afgunst hebben (jaloers zijn) op een ander)
  4. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  5. dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut meer heeft)
  6. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  7. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  8. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  9. Die werkt als een paard zal haver eten. (=Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  10. Die werkt als een paard zal haver eten. (=Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen.)
  11. het roer omgooien (=het op een heel andere manier proberen)
  12. Hij praat met een hete aardappel in de keel (=Hij praat op een bekakte manier)
  13. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  14. Ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=Iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  15. iemand de handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)
  16. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te verkrijgen)
  17. in iemands zwak tasten (=iemand op een gevoelige plek raken)
  18. iemand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier ertussen nemen)
  19. iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
  20. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  21. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  22. op een andere leest schoeien (=op een andere manier aanpakken)
  23. de steven wenden (=op een andere manier de dingen gaan aanpakken)
  24. een andere toon aanslaan (=op een andere manier tegen iemand gaan praten)
  25. iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak kijken)
  26. van een bruiloft komt een bruiloft (=op een bruiloft kunnen twee mensen elkaar leren kennen die dan weer gaan trouwen)
  27. door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
  28. onder de hamer komen (=op een veiling verkocht worden)
  29. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  30. zich het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  31. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  32. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)

Het dialectenwoordenboek kent 8 spreekwoorden met `op één`

  1. Westerkwartiers: alles op één koart zett'n (=alles op één ding inzetten)
  2. Veurns: Tweeë zieël'n in e kloefe (=Twee handen op één buik)
  3. Veurns: twi zieëlen in e kloefe (=twee handen op één buik)
  4. Munsterbilzen - Minsters: kraeë pikke mekaander geen oog aut (=gelijkgezinden zitten in alles op één lijn)
  5. Liemers: Köln en Ake zun ook nie op dén eigeste dag in mekaar gespiekerd. (=Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd.)
  6. Westerkwartiers: keul'n en oak'n benn'n niet op één dag bouwd (=alles heeft zijn tijd nodig)
  7. Sint-Niklaas: op één, twee, drei (in ene keer) was ei de piest in (=en opeens vertrok hij)
  8. Westerkwartiers: gien twee kapteins op één schip (=er kan maar één de baas zijn)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen