Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


364 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `om`

  1. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders )
  2. de bom is gebarsten (=de (verwachte) problemen zijn begonnen)
  3. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  4. de das omdoen (=iets dat problemen geeft)
  5. De domste boeren hebben de dikste aardappelen (=Met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  6. de economie zit in de lift (=de economie groeit)
  7. de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
  8. De haring braden om de hom of kuit (=Iets opofferen om een kleinigheid)
  9. de kat uit de boom kijken (=een afwachtende houding aannemen)
  10. de kunst gaat om brood (=een kunstenaar verdient moeizaam z'n brood)
  11. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  12. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  13. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  14. De omgekeerde wereld (=Het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  15. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  16. de rollen omkeren (=wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom)
  17. de stoom komt uit zijn oren (=hij is heel erg boos)
  18. de strop om de hals doen (=iemand in uiterste problemen brengen)
  19. de trom roeren (=veel ophef maken)
  20. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  21. die eerst komt eerst maalt (=wie eerst komt krijgt het beste)
  22. die niet omziet is haast teniet (=overhaastig werken leidt tot ongelukken)
  23. dominee brand je bekje niet (=pas op! Het eten of de drank is heet!)
  24. door de bank genomen (=gemiddeld; meestal; gewoonlijk)
  25. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  26. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)
  27. door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te worden)
  28. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  29. een boer op klompen (=een lomperd)
  30. een boom van een kerel (=een grote man)
  31. een boom(pje) opzetten (=een informele discussie starten)
  32. een dood paard aan een boom binden (=overdreven voorzichtig zijn)
  33. Een dood paard aan een boom binden. (=Overdreven voorzichtig zijn)
  34. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  35. een kat komt altijd op z'n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
  36. een kink in de kabel komen (=iets tussen komen)
  37. een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
  38. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  39. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  40. een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis)
  41. een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
  42. Een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=Zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
  43. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  44. een Salomonsoordeel vellen (=met een heel vraagstuk een zeer wijze en goede beslissing nemen)
  45. een slag om de arm houden (=niet direct alles vertellen of voorzichtig zijn om toekomstige problemen voor te zijn)
  46. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  47. een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
  48. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  49. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  50. Een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=Snel ziek worden, maar langzaam genezen)

574 betekenissen bevatten `om`

  1. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  2. Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=Bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  3. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
  4. goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kunnen geven)
  5. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  6. De aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=Boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  7. helse machine (=bom)
  8. op de boom verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn)
  9. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  10. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  11. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)
  12. water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
  13. daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
  14. daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
  15. lach als je begraven wordt (=dat is geen reden om te lachen)
  16. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  17. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  18. dat zit gebeiteld (=dat komt in orde)
  19. dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het geen nut meer heeft)
  20. dat zit wel snor (=dat komt wel goed)
  21. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  22. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  23. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
  24. de aanval bloedt dood (=de aanval komt geleidelijk uit op een mislukking)
  25. de teerling is geworpen (=De beslissing is genomen)
  26. Het hinkende paard komt er achteraan. (=De bezwaren komen achterop. Na blijdschap volgt iets minder aangenaams)
  27. de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
  28. die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
  29. de economie zit in de lift (=de economie groeit)
  30. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  31. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
  32. De prins op het witte paard. (=De man uit je dromen)
  33. de prins op het witte paard (=de man van je dromen)
  34. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  35. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  36. de wind waait uit een andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
  37. fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste heeft de meeste kansen om iets te winnen)
  38. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  39. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  40. de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
  41. als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  42. ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  43. tand des tijds (=de sleet door de ouderdom)
  44. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  45. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  46. de kaart leggen (=de toekomst voorspellen)
  47. zijn planeet lezen (=de toekomst voorspellen)
  48. alle zeilen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  49. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  50. dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)

Het dialectenwoordenboek kent 485 spreekwoorden met `om`

  1. Hansbeeks: 't es noa de kluud'n (=Het is om zeep)
  2. Merenaars: 't es van den ond (=de zaak is om zeep)
  3. Veurns: è sjcheet' in è netzak (=een drukte om niets)
  4. Gents: ten twieje (=om 2 uur (ook 14u))
  5. Bilzers: alle honsgezeek; allemeraaje; alle vijf voêt (=om de haverklap)
  6. Westerkwartiers: omme hoaverklap (=om de haverklap)
  7. Munsterbilzen - Minsters: alle hondsgezeek (=om de haverklap)
  8. Veurns: te pissen leen (=om de tuin leiden)
  9. Brakels: of woarn't de keuning (=om het even wie)
  10. Bilzers: vér het hêlste (=om ter hardst)
  11. Bargoens: schijt er aan hebben (=er niets om geven)
  12. Waregems: rouwpt acht' ulpe (=roep om hulp)
  13. Westerkwartiers: hij vragt om heur haand (=hij vraagt om haar hand)
  14. Sint-Niklaas: 'k moet mè wjeiren om... (=ik moet moeite doen om...)
  15. Lichtervelds: tschoap is de preute of (=alles is om zeep)
  16. Munsterbilzen - Minsters: laachte waaj ne boer mèt tandpaajn (=lachen om bestwil)
  17. Heerlens: ing gedekseld kriehge (=draai om de oren krijgen)
  18. Kortemarks: tis uut leutns (=het is maar om te lachen)
  19. Waregems: ie vrieg mij veur... (=hij vroeg me om...)
  20. Sint-Niklaas: iets vermoûsen (=iets om zeep helpen)
  21. Barghs: um de ore fèzele (=om de oren slaan)
  22. Bilzers: vér het dikste (=om ter dikst)
  23. Bilzers: vér het sjunste (=om ter mooist)
  24. Bilzers: vér het vrigste (=om ter vroegst)
  25. Balens: alle honds gezaiken (=om de haverklap)
  26. Sevenums: embras maken (=zich ergens druk om maken)
  27. Waregems: ie plochte.../'t plochte.... (=hij was het gewend om.../het was gebruikelijk om...)
  28. Westerkwartiers: hij moakt zich d'r dik om (=hij heeft daar zorgen om)
  29. Holsbeeks: De polis stelt na een onderziek in eomda ze 't goe megeloëk vinge data geld me krimineel zokes te moken heet (=De politie stelt een onderzoek in, omdat zij het niet onwaarschijnlijk acht dat het geld te maken heeft met een criminele activiteit)
  30. Bilzers: Ver stoppe nie mét laeve omdat ver aat wiëne, mér ver wiëne aat omdat ver stoppe mét laeve (=als er niets meer is dat je interesseert, ben je vlug oud)
  31. Munsterbilzen - Minsters: de bloën ès verlèd , de hojs zen haan moete auttet nès haage (=de merel heeft het broeden opgegeven omdat je met de eieren hebt aangeraakt)
  32. Denderleeuws: aske den bocht om gotj\r\naske annendroé pakt (=als je de bocht om gaat)
  33. Westerkwartiers: 't is weer om 'n aarvenis te verdeel'n (=het is weer om binnen te blijven)
  34. Sint-Niklaas: oe langer oe meer (=al langs om meer)
  35. Liwwadders: Boxumerdam om, de Kantelannen om (=een rondje fietsen)
  36. Delfts: een klissie lopen (=een blokje om lopen)
  37. Veurns: een schete in een netzak (=een drukte om niets)
  38. Westerkwartiers: aarg'ns verlet van hemm'n (=ergens om verlegen zitten)
  39. Kortrijks: twa mo zuste vwao (=het was maar juist om)
  40. Gents: ten elve (=om 11 uur)
  41. Mechels (NL): Um d'r drièën (=om de bocht)
  42. Bilzers: alle honsgezeek (=om de haverklap)
  43. Munsterbilzen - Minsters: alle vijf-voet (=om de haverklap)
  44. Sint-Niklaas: overanderen dag.... (=om de twee dagen...)
  45. Bilzers: vér het eiste (=om ter eerst)
  46. Lichtervelds: tgoa voe de wuppe (=het gaat om zeep)
  47. Lichtervelds: tis uut leutns (=het is om te lachen)
  48. Zeeuws: de broeadzak en de kloeatzak (=waar draait het om)
  49. Lovendegems: een scheet in een flassche (=veel drukte om niets*)
  50. Munsterbilzen - Minsters: waer en vrolaaj konste nie veraandre (=vrouwen zijn er om van te houden, niet om te begrijpen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen