Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `of k`

  1. De haring braden om de hom of kuit (=Iets opofferen om een kleinigheid)
  2. ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies van willen weten hoe het in elkaar steekt)
  3. goedschiks of kwaadschiks (=met of tegen de zin)
  4. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  5. in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
  6. op de pof komen (=iets kopen zonder direct te betalen)

14 betekenissen bevatten `of k`

  1. op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
  2. op zijn stokpaard rijden (=altijd over hetzelfde praten of klagen)
  3. zijn pen in alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  4. zijn pen in gal en alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
  5. iemand voor het hoofd stoten (=iemand beledigen of kwetsen)
  6. iemand bijspijkeren (=iemand met geld of kennis ondersteunen)
  7. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  8. te kort schieten (=iets onvoldoende hebben of kunnen doen)
  9. een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
  10. je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
  11. die staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
  12. zich op de lippen bijten (=zich inhouden (niet lachen of kwaad worden))
  13. de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
  14. de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)

Het dialectenwoordenboek kent 559 spreekwoorden met `of k`

  1. Rotterdams: kaaislet (=prostituee)
  2. Tilburgs: k-zèè kaaj mûug ! (=ik ben doodop !)
  3. Antwerps: 'k em kaa (=ik heb het koud)
  4. Liedekerks: ik k'em nouk in de keil (=ik heb een probleem)
  5. Genneps: Iemes d'n ka.st uut vèège (=Iemand stevig aanpakken)
  6. Evergems: k'et zitten (=ze hebben mij liggen)
  7. Liedekerks: 'K vergezel van de kaa (=Ik heb het koud)
  8. Turnhouts: k'zen er ni (=Ik ben afwezig)
  9. Waregems: in 'n vroete k'leire (=in een grote woede)
  10. Veessers: k'rieg oe wel (=ik krijg je wel)
  11. Zeeuws: je bin vroeg in de kaaie (=vroeg thuis)
  12. Munsterbilzen - Minsters: ich wol daste de krampe én zen K.kriëgs (=val dood!)
  13. Tegels: kaai heng (=koude handen)
  14. Bilzers: asset kos, dan kaafde den os (=dat is totaal onmogelijk)
  15. Ronsisch: k'é 'onger (=Ik heb honger)
  16. Bilzers: sjoech 't ès kaad! sjoech sjoech, Peiterke Ploeg, lêpke laer, ('t ès) kaad waer! (=het is bijtend koud)
  17. Antwerps: K'hem kak in men owege (=ik kan dat niet zien)
  18. Gils: das un kaaj (=dat is een gevaarlijke vrouw)
  19. Olens: K'hemt nog zoewe gezeid (=Ik heb het nog zo gezegd)
  20. Antwerps: k'zen in de fleur van menne sleet (=ik begin oud te worden)
  21. Roermonds: Van eine kaaje kirmus thoeskomme (=Niet wat ik verwachte (sof))
  22. Bilzers: twiëd wol kaad zonder bloeëze (=t gaat wel voorbij)
  23. Bilzers: zétte sjempanj al mér kaad (=we gaan zeker winnen)
  24. Sallands: K'bin sloerderig in'n balg. (=Ik voel me niet helemaal fit.)
  25. Liedekerks: K'peisn dak erau was (=Ik was heel ziek / Ik was echt geschrokken)
  26. Roeselaars: k'gao ne kiekken uk nog een vintje benne (=ik ga plassen)
  27. Zeeuws: bietie a-k'um aei (=bijt hij als ik hem aai)
  28. Liedekerks: K'em gescheet'n. (=Ik heb een grote boodschap gedaan.)
  29. Sallands: K'heb de wind en de mest deurmekaare (=ik ben aan de diarree.)
  30. Buggenhouts: k'sin liever zein hielen as zein tippen (=iemand niet graag ontmoeten)
  31. Zeeuws: Lè ma k'èt a langk a (=Laat maar, ik heb het al)
  32. Sint-Katelijne-Waver: 'k zén da zoê muug as kaa pap (=ik ben dat zo beu als koude pap)
  33. Lichtervelds: ka beetr in mne broek gescheetn (=ik had het beter niet gedaan)
  34. Sint-Niklaas: min koak is al ont 't ontzinken (=mijn kaak zwelt al minder)
  35. Bilzers: doë likket kaaf gebonne (=daar zit de moeilijkheid)
  36. Vilvoords: kaaf van a (=ik hou van u)
  37. Sint-Niklaas: kèn der min goesting van; 'k ben tsoe beu as kaa pap (=ik ben het beu)
  38. Waregems: 'k'n zie der mij gieën doen an (=dat is een onbegonnen werk(1° pers. enkv.))
  39. Munsterbilzen - Minsters: da voel kaad op me daok (=dat deed lelijk aan)
  40. Evergems: hedt verstoan, k'zegget geen twee keer zulle (=begrrepen, ik herhaal het geen tweemaal)
  41. Brakels (gld): Hij's nie wijer gekome es de kaaiepoal (=Hij is niet verder gekomen dan tot de keienpaal)
  42. Bilzers: e graut leed èn e klee kaajlke (=veel verdriet bij een kindergraf)
  43. Ronsisch: hie ka lieghen lijnk e pierd scheiten (=Een grote leugenaar)
  44. Aalsters: e ka geine poit pissen (=hij kan niets)
  45. Rotterdams: k'heb heel de dag op me klauwe gestaan (=ik heb heel hard gewerkt)
  46. Tilburgs: Drie k'raaien! (=U heeft drie pogingen om achter de waarheid te komen!)
  47. Munsterbilzen - Minsters: aa,dinge dae zen K.nie kos vringe (=dinge,hoe heet die nu ook weer)
  48. brabants: K'goai effekes noar opa's en oma's (=ik ga even naar opa en oma)
  49. Sint-Niklaas: 't ka géé koat (=het is niet erg)
  50. Bilzers: zoe mieg as kaa pap (=t' is genoeg geweest)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen