Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `niet te`

  1. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  2. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=Geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  3. Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  4. Het eten is niet te pruimen. (=het smaakt niet)
  5. iets niet tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onthouden)
  6. men moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  7. over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)

35 betekenissen bevatten `niet te`

  1. men moet geen paaseieren op goede vrijdag eten (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  2. als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
  3. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  4. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  5. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  6. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  7. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  8. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  9. reageren met de voeten (=door ergens weg te gaan, weg te blijven of niet meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is)
  10. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  11. er is geen chocola van te maken (=het is niet te begrijpen)
  12. zich niet laten kennen (=het niet te vlug opgeven)
  13. er is geen doen aan (=hij is niet te overtuigen, niets kan helpen)
  14. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  15. een gesloten boek (=iets wat niet te doorgronden is)
  16. naar de heilige graal streven (=iets willen bereiken wat niet te bereiken is)
  17. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  18. je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
  19. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  20. een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
  21. Daar hangt de schaar uit (=Men is daar niet te vertrouwen)
  22. Men moet een paard de rug niet stuk rijden. (=Men moet niet te veel eisen van een ander)
  23. de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
  24. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  25. zijn gemak houden (=niet te veel werk doen, niet kwaad worden)
  26. Men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (=niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven)
  27. iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
  28. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  29. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  30. roep geen haring voor hij in het net is (=wees niet te voorbarig)
  31. zich met hand en tand verzetten (=zich heftig verzetten en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan)
  32. zich op een afstand houden (=zich niet te veel met de zaak bemoeien)
  33. zich op de vlakte houden (=zich niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  34. de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
  35. binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)

Het dialectenwoordenboek kent 86 spreekwoorden met `niet te`

  1. Westfries: niet te bestrukkerig (=niet te moeilijk doen)
  2. Westerkwartiers: onveurstelboar !!! (=niet te filmen !!!)
  3. Westerkwartiers: da's niet te ontciever'n (=dat is niet te lezen)
  4. Giethoorns: Begun niet te kaekeln veurdat et ei er is (=Juich niet te vroeg)
  5. Westfries: dunne hond (=iemand die niet te vertrouwen is)
  6. Oudenbosch: kundut aon ? (=is het niet te veel ?)
  7. Antwerps: amaai mijne frak (=niet te geloven)
  8. Brugs: t'i nie geloofluk (=niet te geloven)
  9. Waregems: nie geluuëflijk! (=niet te geloven!)
  10. Hulsters (NL): onklopbaar zain (=niet te verslaan zijn)
  11. Westerkwartiers: die het ze achter d'elleboog'n (=die is niet te vertrouwen)
  12. Zwevegems: éwel gardeveau (=het is niet te geloven)
  13. Sint-Niklaas: amai mijne frak (=niet te geloven)
  14. Pamels: nie te veel aeren onderleggen (=niet te veel verwennen)
  15. Westerkwartiers: hij het de bokkepruuk op (=hij is niet te genieten)
  16. Vechtdals: Ik kanne nie heksn (=niet te veel)
  17. Westerkwartiers: dat mins is onleesboar (=dat mens is niet te doorgronden)
  18. Oudenbosch: wa zijddun manne nallemaol (=niet te geloven !)
  19. Munsterbilzen - Minsters: das gene zievere (=hij is niet te vertrouwen)
  20. Budels: des génne zuuvere (=iemand die niet te vertrouwen is)
  21. Zeeuws: ou op mie erreheweren (=zit niet te zaniken)
  22. Vechtdals: doet 't heanig an (=maak het je zelf niet te moeilijk)
  23. Westerkwartiers: hij is niet zuver op 'e groat (=hij is niet te vertrouwen)
  24. Tilburgs: mòkt oewèège nie sappel (=maak je niet te druk)
  25. Oudenbosch: at nie te veul dol is (=als het niet te veel moeite is)
  26. Bilzers: braekmech de bek nie oëpe (=daag me niet te veel uit)
  27. Oudenbosch: begrepte gij da nou ? (=dat is toch niet te geloven)
  28. Tilburgs: maok ut naa èfkes (=maak het niet te bont)
  29. Zeeuws: je mikt ut noha van eiers (=niet te erg maken)
  30. Bilzers: noenk dae stoenk totte werd vergoenk (=zijn lijfgeur was niet te harden)
  31. Giethoorns: Alles mit maote`,zee de snieder, en sleug zien vrouwe mit de ellestok (=niet te veel en niet te weinig)
  32. Harelbeeks: 'T en eet 'r ginne lap an (=Het is niet te vergelijk)
  33. Munsterbilzen - Minsters: de zossem e knepke gaeve (=hij is niet te vatten !)
  34. Lichtervelds: kbetrow je voe gièèn oar (=je bent niet te vertrouwen)
  35. Westerkwartiers: huuf'st mij niet loov'm (=je hoeft mij niet te geloven)
  36. Zwartebroeks: Wie aalste krek kiekt kan nog gien geit holle (=niet te precies kijken)
  37. Opglabbeeks: stank doa neet te memmen (=sta daar niet te zeveren)
  38. Sinttruins: da's ni in our kloéte te krijge (='t is niet te eten)
  39. Westerkwartiers: hij het ze achter de elleboog'n (=hij is niet te vertrouwen)
  40. Tilburgs: hout op hout zaogt nie! (=mannen behoren elkaar niet te kussen.)
  41. Munsterbilzen - Minsters: kiek ès raech èn men ooge ! (=vergeet je niet te liegen)
  42. Bilzers: Doë wos geen haage aon hér (=Zij was niet te houden)
  43. Munsterbilzen - Minsters: dassem lengs zen naos dërgegon (=dat is hem niet te beurt gevallen)
  44. Roermonds: Jungske veer höbbe neet geköls vreuger (=Jij dient mij niet te tutoyeren)
  45. Weerts: Dae niks van ziéne Jân maaktj, es neet geteltj (=Je moet niet te bescheiden zijn)
  46. Liwwadders: ut hoeft niet flug as ut maar un bitsje flot gaat (=je hoeft je niet te haasten (sarcastisch))
  47. Opglabbeeks: nuuw zeik mich de stöf uut (=niet te geloven, daar sta ik perflex van)
  48. Genneps: 'n Kort gebéd en''n lange métworst (=niet te lang praten maar beginnen)
  49. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie wille lope viër(vür) daste kons gon (=niet te snel van stapel lopen)
  50. Munsterbilzen - Minsters: ne noaten hond ès rap berèngert (=wie altijd goesting heeft,hoef je niet te overtuigen..)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen