Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `niet on`

  1. je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
  2. zijn licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)

5 betekenissen bevatten `niet on`

  1. die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
  2. Eet vis, als er vis is. (=Een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  3. iemand belet geven (=iemand niet ontvangen)
  4. geen complimenten maken met (=niet ontzien, beslist optreden)
  5. wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in petto heeft kan je niet ontlopen)

Het dialectenwoordenboek kent 3427 spreekwoorden met `niet on`

  1. Leuvens: poapeplekker (=nietsnut)
  2. Liwwadders: o nietan (=of niet dan)
  3. Texels: Dot is toch ellef en een oortje (=Niets waard)
  4. Genneps: tís mèr un ert (=klein, nietig zijn)
  5. Heerlens: mit d'r baat waggele (=nietszeggend reageren)
  6. Hendrik-Ido-Ambachts: je mot nie lullen (=klets nietl)
  7. Veurns: op niet'n trekk'n (=nergens naar lijken)
  8. Neerpelts: Nietegelujve! (=Ongelooflijk)
  9. Brakels: tstopt gelijk een mande zonder gat (=een nietszeggend einde (van film))
  10. Brugs: u stroentroaper achter den tring, medun mangde zoender gat (=een nietsnut)
  11. Westerkwartiers: dat zal mij de lauw sjakk'n (=dat interesseert mij totaal nietr)
  12. Lichtervelds: kee nietn duuvle gekreegn (=ik heb helemaal niets gekregen)
  13. Zwevegems: 'k Verstoa d'er nietekloat'n van. (=Ik versta er niets van.)
  14. Rotterdams: ja toch? Niettan? (=iemand gelijk geven)
  15. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  16. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hij is een nietswaardig persoon)
  17. Brakels: da wezen eetij niet (=dat inzicht heeft hij niett)
  18. Amsterdams: Lamzak, Lamlul, Lapzwans, (=Nietsnut)
  19. Brakels: wor ons Irre zij goedeeten in steekt (=een nietsnut die men tolereert)
  20. Waregems: 'k 'n weete geên beskeeêt, 'k weete van niet'n (=ik ben niet ingelicht)
  21. Londerzeels: hij es geen peip zeik waait (=hij is een nietsnut)
  22. Lichtervelds: ge zie ne groîtn zeero (=je bent een nietsnut)
  23. Waregems: 't un trekt ip nietn (=dat gelijkt nergens op)
  24. Veurns: nie ol gin suuker en zeeëm zien (=nietallemaal rozengeur en maneschijn zijn)
  25. kortemarks: jee nieten in de pap te brokkn (=hij heeft er niets te zeggen)
  26. Antwerps: Ginne zjiever, hé ? (=Geen discussie, nietwaar ?)
  27. Zelzaats: 't Es e zwalpei. (=Dronken nietsnut die blijft rondhangen. Of nietsnut die van geen hout pijlen weet te maken.)
  28. Langemarks: tschilde an nieten of en a prys (=Hij had bijna prijs)
  29. Munsterbilzen - Minsters: bel mich mèr as ge traut zit (=met mij moet je geen welles-nietes spelleke)
  30. Tilburgs: tis tòch stèèrk war ! (=het is toch bijna niet te geloven, nietwaar !)
  31. Veurns: 't is nie ol gin goed dat blienkt, en slicht da stienkt! (=Nietalles wat blinkt is goud, en niet alles wat stinkt is slecht.)
  32. Munsterbilzen - Minsters: das ne Jan men kloete (='t is een nietsnut)
  33. Waregems: van niets vervoard zijn (=van niets bang zijn/niet terugdeinzen)
  34. Tilburgs: kiek is ofter kiek en aster kiek, nie kieke (=kijk eens of hij kijkt en als hij kijkt nietkijken)
  35. Westerkwartiers: wel niet woagt, wel niet wint (=wie niets probeert bereikt ook niets)
  36. Tilburgs: dè-s un kösselek kedoo, war (=dat is een kostbaar cadeau, nietwaar)
  37. Tilburgs: tis toch euweg sund war! (=dat is nu toch echt jammer,nietwaar!)
  38. Sint-Niklaas: rjein de knots (=niets)
  39. Antwerps: ni veel soeps (=niets bijzonders)
  40. Bilzers: nie viël sops (=niets bizonders)
  41. Turnhouts: das niks van pettik (=dat is niets bijzonder/niet belangerijk)
  42. Sint-Niklaas: niet nie meer (=niets meer)
  43. Westerkwartiers: die zit niet veur zwitvoet'n ien de bak (=die zit niet voor niets in de bajes)
  44. Bilzers: nul de botte (=helemaal niets)
  45. Aalsters: van krommenoos geboren (=niets weten)
  46. Aarschots: 't Is noppes (=Het is niets)
  47. Hams: Niets genauderd (=Het brengt niet op)
  48. Waregems: da 'n broochte niets ip (=dat leverde niets op)
  49. Lichtervelds: ge kunt gièène kei vloan (=van iemand die niets heeft moet je niets verwachten)
  50. Waregems: ie 'n es gieëne stamp teeën z'n klooëtn wird, ie 'n es gieën roste kluite wird (=het is een nietsnut)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen