Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


157 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `n ee`

  1. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  2. Aan een been knagen (=Langdurig vergeefs bezig zijn)
  3. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  4. Aan een dood paard trekken. (=Je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  5. aan een goed kantoor zijn (=op de juiste plaats zijn)
  6. aan een oor doof zijn (=iets niet willen horen)
  7. Aan een oud dak moet je veel herstellen (=Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  8. aan een stuk door (=ononderbroken)
  9. aan een touw trekken (=eensgezind optreden)
  10. aan een touwtje hebben (=in zijn macht hebben)
  11. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  12. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  13. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  14. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  15. als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
  16. als haringen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden)
  17. als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
  18. anderhalve man en een paardenkop (=weinig aanwezigen)
  19. Beter een blind paard dan een leeg halster. (=Beter iets dan niets)
  20. beter een goede buur dan een verre vriend (=van mensen in zijn omgeving kan men meer hulp verwachten)
  21. beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
  22. Bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=Geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
  23. Daar steekt meer in dan een enkele panharing (=Daar zit meer achter)
  24. dat ging van een leien dakje (=dat ging vanzelf)
  25. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  26. Dat is een paard van een daalder. (=Dat is een trots mens)
  27. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  28. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  29. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  30. De liefde van een man gaat door de maag. (=Je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
  31. de rode draad (in een verhaal of betoog) (=het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen)
  32. de wereld in een doosje hebben (=tevreden en gelukkig zijn met wat iemand heeft)
  33. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  34. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  35. door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  36. een boom van een kerel (=een grote man)
  37. een dijk van een baan (=een geweldige baan)
  38. een dood paard aan een boom binden (=overdreven voorzichtig zijn)
  39. Een dood paard aan een boom binden. (=Overdreven voorzichtig zijn)
  40. een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
  41. een fluitje van een cent (=een eenvoudige taak)
  42. een gedwongen eed doet/is god leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  43. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  44. een jatmous van een wijf, maakt de nering stroef en stijf (=het brengt ongeluk als je eerste klant een vrouw is)
  45. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  46. een man een man, een woord een woord (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden)
  47. Een meid en een aardappel kies je zelf (=Je kunt niet voor iemand anders een vrouw uitzoeken)
  48. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  49. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  50. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)

162 betekenissen bevatten `n ee`

  1. haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
  2. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  3. aan de lopende band (=aan één stuk door; steeds maar weer)
  4. tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
  5. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  6. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  7. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  8. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  9. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  10. Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=Als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  11. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  12. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  13. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  14. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  15. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  16. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  17. de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  18. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  19. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begrijpen)
  20. Eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=De invloed van een vrouw is heel sterk)
  21. Een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=De invloed van een vrouw is zeer sterk)
  22. door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  23. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  24. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  25. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  26. in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
  27. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  28. een proefballonnetje oplaten (=Door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  29. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  30. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  31. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  32. een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk bericht staat)
  33. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  34. Een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=Een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  35. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  36. Boontjes uit water eten. (=Een eenvoudige maaltijd.)
  37. een fluitje van een cent (=een eenvoudige taak)
  38. zijn hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
  39. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  40. wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
  41. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  42. Een oude vrouw en een oude koe, die vallen toe, maar een oude man en een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  43. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  44. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  45. recht en slecht (=eenvoudig en eerlijk)
  46. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  47. zich de wet niet voor laten schrijven (=geen bevelen accepteren van een ander)
  48. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  49. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  50. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)

Het dialectenwoordenboek kent 10 spreekwoorden met `n ee`

  1. Bilzers: n eegske hübbe op iemed (=verliefd zijn)
  2. Munsterbilzen - Minsters: doë konste n eeke op bakke (=oei, dat is heet !)
  3. Waregems: ik 'n ee geên roste kloyte meer (=ik ben platzak)
  4. Bilzers: nog n eeke te pëlle (=nog wat af te rekenen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: n eegske taupitse (=iets door de vingers zien)
  6. Waregems: ie 'n ee t er no nie te veel' an dooêdoan (=hij is er nog niet echt voor gegaan)
  7. Waregems: ie 'n ee gienen nog'l om in z'n gat te skarten, ie moe leev'n van d'n dis (=niets bezitten, arm zijn)
  8. Waregems: ie 'n ee zelfs geên'n naogel veur in zijn gat te skart'n (=hij is straatarm)
  9. Waregems: ie ziet 'r kaduuk oit, ie 'n ee geeën skooïn kleur (=hij ziet er slecht uit)
  10. Munsterbilzen - Minsters: ich höb nog n eeke mettich te pëlle (=we moeten onderling nog wat regelen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen