Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 207 spreekwoorden met `mooi`

  1. Twents: Zie hebt 't nös mooi onder 'n boom ligg'n (=Het stel is uit elkaar (huwelijk op de klippen))
  2. Munsterbilzen - Minsters: Tsjik volk èn Minster, Kebotseküp daaj vrigger vieël (zwat) geld verdiende mèt bloeme en plante (=Een mooi volkje in Munster, die Kabotsekoppen, die zich (indertijd met veel in het zwart te doen) rijk maakten met bloemen en planten)
  3. Bilzers: waet laeve bemint és nie ziende blind (=het leven is mooi, maar je moet er de schoonheid van inzien)
  4. Lebbeeks: strontvliegen: Ze mag er zijn, de strontvliegen zijn der oeëk (=Meisje dat niet bepaald mooi is)
  5. Westfries: je kenne 't mooi vertelle (=maak dát de kat wijs!)
  6. Valkenswaards: Rozengeur en maneschijn is in oew leven mooi meegenomen, mar rekent zo af en toe ok mar op un flinke onweersbui. (=Het is niet altijd rozengeur en maneschijn)
  7. Heldens: Ut vogoltju zingt thuis eegluk mooi, daar es ut thuis. (=Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen