Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `met be`

  1. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  2. met beide benen op de grond staan (=een realist zijn)
  3. met beide handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  4. met beslagen paarden op het ijs komen. (=Goed voorbereid zijn voor zijn taak)

7 betekenissen bevatten `met be`

  1. hij heeft met een zilveren (of gouden) hengel gevist (=die heeft vis gekocht in plaats van gevangen. Ook: met bedrog zijn doel bereiken)
  2. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  3. salvo titulo (=met behoud van titels)
  4. salvo honore (=met behoud van zijn eer)
  5. salvo honore et titulo (=met behoud van zijn eer en zijn titel)
  6. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
  7. iets boven de tafel fietsen (=open kaart spelen met bedoelingen)

Het dialectenwoordenboek kent 1180 spreekwoorden met `met be`

  1. Barghs: 'n klap met'n wiksbössel (=er eentje op de loop hebben)
  2. brabants: in vergelijking met (=in verband met)
  3. Tilburgs: slaoj meej jöön mee aaj mee èèrpel (=sla met ui met ei met aardappelen)
  4. Bocholtz: kaboets (=regenjas met muts)
  5. Zelzaats: Getwiejent, gedrijent, enz... (=Met ons tweeën, met ons drieën, enz..)
  6. Vechtdals: vot met n pröttel. (=weg met het afval)
  7. Westerkwartiers: hij lopt met meul'ntjes (=hij loopt met molentjes)
  8. Haags: besguitstuiter met sallûf (=broodje bal met mayonaise)
  9. Westerkwartiers: met zien beid'nt (=met z'n tweeën)
  10. Munsterbilzen - Minsters: met zene koljee sjare (=met zijn nekvel pakken)
  11. Liedekerks: pareiësoep met bolli (=preisoep met soepvlees)
  12. brabants: slaai meej ajuin meej aai meej êrêpel (=sla met ei met ui met aardappels)
  13. Bilzers: métten lang lip (=met tegenzin)
  14. Sint-Niklaas: nonnen (=met een draaitol met ijzeren pin spelen)
  15. Houtens: Pieper met slaai (=Aardappel met sla)
  16. Riemsts: Leut mich met frèè (=Laat mij met rust!)
  17. Drents: De goede mèns lacht met 't harte, de kwaoie met de mond (=De goede mens lacht met het hart, de slechte met de mond)
  18. Neerpelts: Patatten temperen met een verket (=Aardappelen pletten met een vork)
  19. Amsterdams: Bakkie leut met een spikkeloasie (=Kopje koffie met een speculaasje)
  20. Iepers: ga je met mie mee (=wil je met me mee gaan)
  21. Brugs: j' is mè zun koente in de beuter gevallen (=met iemand getrouwd zijn met veel geld)
  22. Overmeers: nen dikken portemonnee (=beurs met veel geld)
  23. Brakels: ij liegt dat' gedrukt stoat (=hij liegt met overtuiging)
  24. Bilzers: ze lidsje és autgezoenge (=het is gedaan met hem)
  25. Munsterbilzen - Minsters: ze lidsje ès autgezoenge (=het is met je gedaan)
  26. Zeeuws: een brokke mie tjoekjes\\tjoeksies (=een kip met kuikens)
  27. Luyksgestels: kèsbölleke virteg plus (=iemand met een rond gezicht)
  28. Lovendegems: peetse scheirtant (=iemand met een tand kwijt)
  29. Zottegems: hij hee in nen koestront gebloazn (=iemand met sproeten)
  30. Reeks: Hoeist (=Hoe is het met je)
  31. Diesters: oeëst (=hoe is het met u)
  32. Tilburgs: un höske meej un bojèmke (=huisje met een tuintje)
  33. Gents: al mankend en petschankend (=met alle moeite stappen)
  34. Waregems: siereer'n mee sieroizje (=met boenwas behandelen)
  35. Arendonks: dabben (=met de handen in de grond graven)
  36. Boakels: mi de Korst (=met de Kerst)
  37. Waregems: mee 'n vols weez'n (=met een vals aangezicht)
  38. Klings: mit t'verket schreiven (=met geldzaken bedriegen)
  39. Bilzers: e kikske vantzelfde deeg bakke (=met gelijke munt betalen)
  40. Mestreechs: mèt han en veuj (=met handen en voeten)
  41. Antwerps: ambettant zen (=met iets verveeld zijn)
  42. Munsterbilzen - Minsters: mèt lang taan - e lank gezich (=met tegenzin)
  43. Moorsel: me veel voëven en zessn (=met veel tierlantijntjes)
  44. Budels: mej ow turftraaiers (=met je grote lompe poten)
  45. Munsterbilzen - Minsters: pikke waajen hin (=met lange tanden eten)
  46. Westerkwartiers: ien haart en nier'n (=met lichaam en ziel)
  47. Antwerps: teute geraar (=niet met u)
  48. wijlres: d'r buul toebinge (=ophouden met eten)
  49. Brakels (gld): Rommelupottuoavond meej Sintu Mèèrtu (=Rommelpottenavondliedje met Sint Maarten)
  50. Harelbeeks: Betoal'n mee gesloot'n buzz'n (=Ruilen met goederen of arbeid)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen