Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `met a`

  1. het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook tegenslag)
  2. iemand een smet aanwrijven (=iemand van iets beschuldigen)
  3. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  4. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  5. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  6. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  7. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  8. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  9. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
  10. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  11. met andermans veren pronken (=weglopen met de ideeën van een ander, met iets van een ander zelf gaan pronken)

15 betekenissen bevatten `met a`

  1. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  2. een hart van steen hebben (=geen medelijden met anderen hebben)
  3. hete bliksem (=gestoofde aardappels met appel)
  4. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  5. Als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=Ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  6. over mijn lijk (=ik zal mij daar met alle kracht tegen verzetten)
  7. gepakt en gezakt (=klaar voor vertrek (met alle koffers ingepakt))
  8. vogels van diverse pluimage (=mensen met allerlei diverse achtergronden)
  9. alle hens aan dek (=met alle beschikbare mensen of alle middelen)
  10. alle kusten bezoeken (=met allerlei slecht volk omgaan)
  11. met man en muis (=met alles en iedereen)
  12. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  13. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  14. met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
  15. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)

Het dialectenwoordenboek kent 1180 spreekwoorden met `met a`

  1. Barghs: 'n klap met'n wiksbössel (=er eentje op de loop hebben)
  2. brabants: in vergelijking met (=in verband met)
  3. Tilburgs: slaoj meej jöön mee aaj mee èèrpel (=sla met ui met ei met aardappelen)
  4. Bocholtz: kaboets (=regenjas met muts)
  5. Zelzaats: Getwiejent, gedrijent, enz... (=Met ons tweeën, met ons drieën, enz..)
  6. Vechtdals: vot met n pröttel. (=weg met het afval)
  7. Westerkwartiers: hij lopt met meul'ntjes (=hij loopt met molentjes)
  8. Haags: besguitstuiter met sallûf (=broodje bal met mayonaise)
  9. Westerkwartiers: met zien beid'nt (=met z'n tweeën)
  10. Munsterbilzen - Minsters: met zene koljee sjare (=met zijn nekvel pakken)
  11. Liedekerks: pareiësoep met bolli (=preisoep met soepvlees)
  12. brabants: slaai meej ajuin meej aai meej êrêpel (=sla met ei met ui met aardappels)
  13. Bilzers: métten lang lip (=met tegenzin)
  14. Sint-Niklaas: nonnen (=met een draaitol met ijzeren pin spelen)
  15. Houtens: Pieper met slaai (=Aardappel met sla)
  16. Riemsts: Leut mich met frèè (=Laat mij met rust!)
  17. Drents: De goede mèns lacht met 't harte, de kwaoie met de mond (=De goede mens lacht met het hart, de slechte met de mond)
  18. Neerpelts: Patatten temperen met een verket (=Aardappelen pletten met een vork)
  19. Amsterdams: Bakkie leut met een spikkeloasie (=Kopje koffie met een speculaasje)
  20. Iepers: ga je met mie mee (=wil je met me mee gaan)
  21. Brugs: j' is mè zun koente in de beuter gevallen (=met iemand getrouwd zijn met veel geld)
  22. Overmeers: nen dikken portemonnee (=beurs met veel geld)
  23. Brakels: ij liegt dat' gedrukt stoat (=hij liegt met overtuiging)
  24. Bilzers: ze lidsje és autgezoenge (=het is gedaan met hem)
  25. Munsterbilzen - Minsters: ze lidsje ès autgezoenge (=het is met je gedaan)
  26. Zeeuws: een brokke mie tjoekjes\\tjoeksies (=een kip met kuikens)
  27. Luyksgestels: kèsbölleke virteg plus (=iemand met een rond gezicht)
  28. Lovendegems: peetse scheirtant (=iemand met een tand kwijt)
  29. Zottegems: hij hee in nen koestront gebloazn (=iemand met sproeten)
  30. Reeks: Hoeist (=Hoe is het met je)
  31. Diesters: oeëst (=hoe is het met u)
  32. Tilburgs: un höske meej un bojèmke (=huisje met een tuintje)
  33. Gents: al mankend en petschankend (=met alle moeite stappen)
  34. Waregems: siereer'n mee sieroizje (=met boenwas behandelen)
  35. Arendonks: dabben (=met de handen in de grond graven)
  36. Boakels: mi de Korst (=met de Kerst)
  37. Waregems: mee 'n vols weez'n (=met een vals aangezicht)
  38. Klings: mit t'verket schreiven (=met geldzaken bedriegen)
  39. Bilzers: e kikske vantzelfde deeg bakke (=met gelijke munt betalen)
  40. Mestreechs: mèt han en veuj (=met handen en voeten)
  41. Antwerps: ambettant zen (=met iets verveeld zijn)
  42. Munsterbilzen - Minsters: mèt lang taan - e lank gezich (=met tegenzin)
  43. Moorsel: me veel voëven en zessn (=met veel tierlantijntjes)
  44. Budels: mej ow turftraaiers (=met je grote lompe poten)
  45. Munsterbilzen - Minsters: pikke waajen hin (=met lange tanden eten)
  46. Westerkwartiers: ien haart en nier'n (=met lichaam en ziel)
  47. Antwerps: teute geraar (=niet met u)
  48. wijlres: d'r buul toebinge (=ophouden met eten)
  49. Brakels (gld): Rommelupottuoavond meej Sintu Mèèrtu (=Rommelpottenavondliedje met Sint Maarten)
  50. Harelbeeks: Betoal'n mee gesloot'n buzz'n (=Ruilen met goederen of arbeid)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen