Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

24 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `men moet`

  1. men moet de boom buigen als die jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  2. men moet de dag niet prijzen voor het avond is (=pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging)
  3. men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  4. men moet de schapen scheren al naar ze wol hebben (=Niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven)
  5. men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  6. men moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  7. men moet een paard de rug niet stuk rijden. (=Men moet niet te veel eisen van een ander)
  8. men moet een paard de rug niet stukrijden (=men moet niet altijd te veel eisen)
  9. men moet geen oude bomen verplanten/verpoten/verplaatsen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  10. men moet geen oude schoenen wegwerpen voordat men nieuwe heeft (=je moet niet iets al afdanken zonder dat er een vervanger voor is)
  11. men moet geen paaseieren op goede vrijdag eten (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren)
  12. men moet geen slapende honden wakker maken (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
  13. men moet geen struif om een ei bederven (=men moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  14. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  15. men moet rijden en omzien (=men moet voorzichtig te werk gaan)
  16. men moet roeien met de riemen die men heeft (=men moet werken met de middelen die men heeft)
  17. men moet straten voor stegen kennen (=men moet weten tot wie men zich wendt)
  18. men moet van twee kwaden het minste kiezen (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  19. men moet van zijn kantje blijven (=men mag hem niet aanraken, hij is niet aanspreekbaar)
  20. men moet vossen met vossen vangen (=je moet een slimme persoon vangen door slim te zijn)
  21. men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (=Men moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  22. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  23. men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt (=men moet een ander nooit in de rede vallen)
  24. oude bomen moet men niet verplanten (=oude mensen doet men liever niet verhuizen)

19 betekenissen bevatten `men moet`

  1. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  2. wie tapt die moet boren (=men moet de gevolgen van zijn handelen dragen)
  3. men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt (=men moet een ander nooit in de rede vallen)
  4. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)
  5. Men moet zich krommen, wil men door de wereld kommen (=men moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  6. men kan een paard niet lopend beslaan (=men moet er zijn tijd voor nemen)
  7. Je kunt wel alleen eten, maar niet alleen werken. (=men moet goed voor het personeel zijn.)
  8. men moet geen struif om een ei bederven (=men moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  9. men moet een paard de rug niet stukrijden (=men moet niet altijd te veel eisen)
  10. nakaarten heeft geen zin (=men moet niet doorgaan met zeuren over iets dat al geweest is)
  11. Men moet een paard de rug niet stuk rijden. (=men moet niet te veel eisen van een ander)
  12. men moet rijden en omzien (=men moet voorzichtig te werk gaan)
  13. men moet roeien met de riemen die men heeft (=men moet werken met de middelen die men heeft)
  14. men moet straten voor stegen kennen (=men moet weten tot wie men zich wendt)
  15. als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
  16. waar het paard aangebonden is moet het vreten (=men moet zich naar de omstandigheden schikken)
  17. Waar het paard aangebonden is, moet het vreten. (=men moet zich naar de omstandigheden schikken)
  18. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  19. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)

Het dialectenwoordenboek kent 13 spreekwoorden met `men moet`

  1. Westerkwartiers: je moet'n 't takje buug'n as 't jong is (=men moet kinderen vroeg vormen)
  2. Westerkwartiers: men moet de kat niet op 't spek biend'n (=men moet een dief geen gelegenheid geven)
  3. Westerkwartiers: men moet roei'n met de riem'n die men het (=men moet naar vermogen werken)
  4. Westerkwartiers: 't is gien gek die 't veurdut, moar die 't noadut (=men moet geen rare gewoontes overnemen)
  5. Westerkwartiers: leev'm en leev'm loat'n (=men moet ook om de medemens denken)
  6. Westerkwartiers: wel slept ien 'e zaaitied, krigt honger (=men moet werken voor zijn brood)
  7. Lokers: aalk zijn kouse (=men moet zich niet met andermans zaken bemoeien)
  8. Westerkwartiers: de liefde ken niet van één kaant komm'n (=men moet geven en nemen)
  9. Westerkwartiers: altied wat nijs, zeld'n wat goeds (=men moet altijd alles willen veranderen)
  10. wijlres: doe mós dich neet op d'r kop laote sjiete (=men moet zich niet laten ringeloren)
  11. wijlres: doe m's dich neet op d'r kop laote sjiete (=men moet zich niet laten ringeloren)
  12. Westerkwartiers: je moe'n roei'n met de riem'n die je hemm'n (=roeien - men moet roeien met de riemen die men heeft)
  13. Achterhoeks: et steet eschreven en edrukt, i-j mot krabben waor et jukt (=het staat geschreven en gedrukt, men moet krabben waar het jeukt)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen