Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek
Er zijn geen spreekwoorden gevonden die `mekaar` bevatten.
Er zijn geen betekenissen gevonden die `mekaar` bevatten.

Het dialectenwoordenboek kent 27 spreekwoorden met `mekaar`

  1. Opglabbeeks: 't ein met tander (=mekaar)
  2. Munsterbilzen - Minsters: me breidsje ès gebakke (=ik heb het voor mekaar)
  3. Zeeuws: deur mekaarn roenkelen (=door elkaar roeren)
  4. Bilzers: vrolaaj zin rapper éngezoenke asne man, zjus umriëje van dae man (=een vrouw zit raar in mekaar)
  5. Poperings: t ligt neuzenens (=dat ligt averrechts tegenover mekaar)
  6. Munsterbilzen - Minsters: doë likten hond gebonne (=zo zit dat in mekaar)
  7. Lovendegems: 't es in de sacoche (=de zaak is voor mekaar*)
  8. Munsterbilzen - Minsters: den enen i (=gelijkgezinden steunen mekaar)
  9. Steins: Dat is mich hiej eine dooreine (=Als alles door mekaar ligt)
  10. Tilburgs: ze zaage mekaare verrèkkes gèère. (=ze waren straalverliefd op elkaar.)
  11. Barghs: Een proemepot (=Een plek waar met mekaar opgescheepte mensen elkaar het leven zo moeilijk mogelijk maken.)
  12. Bilzers: nen echte kammeraod és iemes dae dich onder ze laeve vertëlle wor aander autbemmele noë zene daud (=goede vrienden hebben geen geheimen voor mekaar)
  13. Munsterbilzen - Minsters: oei, doë likten hond gebonne (=ach, zo zit dat in mekaar !)
  14. Munsterbilzen - Minsters: dat akkerdieërt nie (=dat past niet bij mekaar)
  15. Tilburgs: ``swirskaante inder, is moejlek ùt mekaare te haawe`` (=aan beide zijden hetzelfde is moeilijk uit elkaar te houden)
  16. Waregems: ie kent er de knopp'n van (=hij weet niet hoe het in mekaar steekt)
  17. Bilzers: ooze televieze hét beeld mér gene klank (=we spreken niet meer met mekaar)
  18. Munsterbilzen - Minsters: zit zau nie te sjêrve (=zit zo niet met je tanden over mekaar te schuren)
  19. Epers: Äs 't mit Pisgrîete reagent, reagent et zes weake ächter mekäre (=Als het met Sint Margriet regen, regent het zes weken achter mekaar)
  20. Munsterbilzen - Minsters: ne klopinkel zoe bloo asne lap (=blauwe enkel door het tegen mekaar kloppen van de enkels)
  21. Zeeuws: zit mekaaren toch niet zo te neeheren (=zit elkaar niet zo te pesten)
  22. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt bang datse get verlies (=ze loopt met haar knieën tegen mekaar)
  23. Tilburgs: ge most kerbiet lusse, dan kos te öt mekaar ploffe (=blaast hem toch op man)
  24. Londerzeels: Wut pjeit zwet pjeit(snel achter mekaar zeggen was een spelletje (=Wit paard zwart paard)
  25. Twents: A’j mekaar geliek geft, bu’j rap oet e kuierd (=Als je niet in dicussie gaat, ben je snel uitgepraat)
  26. Liemers: Köln en Ake zun ook nie op dén eigeste dag in mekaar gespiekerd. (=Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd.)
  27. Liemers: De geestelijkheid hiel toen de minse ze bang - de ontvangers hiel de minse toen arm - de schoolmeisters hiel de minse toen dom - en de baze hiel de de minse toen muuj - Zo zat de feodale samelaeving in de Liemers toendertied now eenmaol in mekaar dah `t nie anders könte. (=Zwaar werken hoef je niet meer zoals vroeger.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen