Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lema`

  1. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  2. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een 'parvenu' heeft dikwijls kapsones)
  3. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands.)
  4. helemaal van slag zijn. (=in de war zijn.)
  5. jan en alleman (=iedereen)
  6. ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben. (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))

62 betekenissen bevatten `lema`

  1. dief en diefjesmaat (=allemaal even erg)
  2. van de ratten besnuffeld/gebeten zijn (=ben je nu helemaal gek!)
  3. beter een half ei dan een lege dop. (=beter iets dan helemaal niets)
  4. op je achterste benen gaan staan. (=boos worden; ergens fel tegen protesteren; het ergens helemaal niet mee eens zijn.)
  5. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  6. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van. (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument.)
  7. dat is als een vlag op een modderschuit (=dat is helemaal ongepast ; dat past niet bij elkaar)
  8. dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show. (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.)
  9. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  10. dat staat als een vlag op een modderschuit (=dat past helemaal niet)
  11. het heen en weer krijgen (=diaree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  12. er zit bij hem een steekje los (=die is niet helemaal goed bij zijn hoofd)
  13. ergens geen tittel of jota van afweten (=ergens geen verstand van hebben, ergens helemaal geen kennis van hebben)
  14. van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
  15. tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helemaal opruimen)
  16. moederziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  17. op een strowis komen aandrijven (=helemaal berooid en arm ergens komen)
  18. zo zat als een deur (=helemaal bezopen zijn.)
  19. van de kook zijn (=helemaal in de war zijn)
  20. iemands koude kleren niet raken (=helemaal niet storen of hinderen)
  21. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
  22. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)
  23. zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
  24. kruit noch lood hebben (=helemaal ongewapend zijn)
  25. in alle staten (=helemaal over zijn toeren)
  26. uit het veld geslagen zijn (=helemaal van streek zijn)
  27. averechts uitpakken. (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken.)
  28. tot op de draad versleten (=helemaal versleten)
  29. op en top (=helemaal, tot in de puntjes)
  30. het loopt in't honderd (=het gaat helemaal mis)
  31. zo klaar als een klontje voor iemand zijn (=het helemaal begrijpen)
  32. het is dief en diefjesmaat (=het is allemaal even erg)
  33. het is een pot nat. (=het is allemaal hetzelfde.)
  34. het is in kannen en kruiken. (=het is allemaal voor elkaar)
  35. het is volle bak. (=het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen.)
  36. ergens lak aan hebben (=het zich helemaal niet aantrekken)
  37. Er zit een schroefje bij hem los (=hij is niet helemaal goed wijs)
  38. spuit elf geeft ook modder (=hij zegt ook wat - gezegd van iemand die iets helemaal naast de kwestie zegt)
  39. iemand op het verkeerde been zetten. (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt.)
  40. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begrijpen, iets voor elkaar hebben)
  41. iemand wel achter het behang kunnen plakken. (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben.)
  42. iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
  43. iemand de brokken in de mond tellen (=iemand iets helemaal niet gunnen)
  44. iemand van haver tot gort kennen (=iemands persoonlijkheid helemaal kennen)
  45. tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
  46. in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
  47. iets met een korreltje zout nemen. (=iets niet helemaal voor waarheid aannemen.)
  48. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
  49. de melk optrekken. (=je woord terugnemen, je belofte niet helemaal vervullen.)
  50. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen