Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lecht`

  1. angst is een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  2. een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
  3. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  4. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
  5. het zijn niet de slechtste vruchten waaraan de wespen knagen (=over de goede mensen worden vaak onaardige dingen verteld)
  6. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  7. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  8. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  9. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  10. met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
  11. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  12. recht en slecht (=eenvoudig en eerlijk)
  13. slecht gemutst zijn (=een slecht humeur hebben)
  14. verbaas u niet, verwonder u slechts (=letterlijk)

82 betekenissen bevatten `lecht`

  1. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  2. Van de os op de ezel springen (=1: Slechte zaken doen. 2: Tegenspoed kennen)
  3. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  4. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  5. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  6. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  7. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  8. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  9. men moet van twee kwaden het minste kiezen (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  10. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  11. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  12. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  13. Heeft de duivel 't paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  14. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  15. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  16. een kwade dronk hebben (=dronken zijn en slecht geluimd)
  17. alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  18. doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  19. met het verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
  20. slecht gemutst zijn (=een slecht humeur hebben)
  21. de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
  22. het verkorven hebben (=een slechte beurt gemaakt hebben bij iemand)
  23. rosse buurt (=een slechte buurt (buurt met prostitutie))
  24. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  25. een slecht figuur slaan (=een slechte indruk maken)
  26. ergens aan bekocht zijn (=een slechte koop doen)
  27. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  28. een geheugen als een garnaal (=een zeer slecht geheugen hebben)
  29. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  30. er uitzien als de dood van Ieper (=er slecht uitzien)
  31. tegen de paal lopen (=er slecht vanaf komen)
  32. met hetzelfde sop overgoten (=even goed of slecht)
  33. zich in het slijk wentelen (=genieten van iets dat slecht is)
  34. bergafwaarts (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf)
  35. het was uien (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen)
  36. de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
  37. het is bar en boos (=het is heel erg; het is heel slecht)
  38. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  39. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  40. onkruid vergaat niet (=het slechte is moeilijk uit te roeien)
  41. zijn vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
  42. het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
  43. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  44. zijn pruik staat scheef (=hij is slecht gehumeurd)
  45. Hij moet droog brood eten. (=Hij moet erg zuinig zijn, het gaat hem financieel slecht.)
  46. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  47. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  48. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  49. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  50. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen