Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kus`

  1. alle kusten bezoeken (=met allerlei slecht volk omgaan)
  2. De duivel op het kussen binden (=Met iedereen raad weten)
  3. de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
  4. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  5. de pantoffel kussen (=onder de slof zitten)
  6. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  7. er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
  8. Het ringetje van de deur kussen (=Onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
  9. iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
  10. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  11. meisjes die bloemen dragen, mag je kussen zonder te vragen (=een aanmoediging om meisjes met bloemen te kussen)
  12. op het kussen helpen (=aan de macht helpen)
  13. op het kussen zitten (=aan de macht zijn)
  14. te kust en te keur (=naar keuze)
  15. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)

Eén betekenis bevat `kus`

  1. meisjes die bloemen dragen, mag je kussen zonder te vragen (=een aanmoediging om meisjes met bloemen te kussen)

Het dialectenwoordenboek kent 68 spreekwoorden met `kus`

  1. Mestreechs: puune, 'n poen, e puuneke (=kussen, zoenen, een kus, een kusje)
  2. Antwerps: de grond kusse (=vallen)
  3. Nijmeegs: kiek duir, échter die piluir, se kusse mekuir (=kijk daar, achter die pilaar, ze kussen elkaar)
  4. Antwerps: toeng draaien (=kussen)
  5. tervurens: Bloost em op, kust maain ol, kus maain klute (=de pot op)
  6. Brugs: je kan m'n gat kussen - ook - kust m'n oaren (=laat me gerust)
  7. Lichtervelds: ze kunn me gat kussn (=ze kunnen me gestolen worden)
  8. Herentals: Iemand binnedoen (=Iemand kussen)
  9. Eernegems: kusjt mo je schuppe of (=ga maar weg)
  10. Diesters: mag zen pollekes kusse (=mag van geluk spreken)
  11. Overmeers: 'n kuste brueud (=een korst brood)
  12. Vilvoords: een beis geive (=kus geven)
  13. Gents: ge keun mijn uure kusse (=bekijk het maar)
  14. Twents: a kop in't kusse kop in't stro. Tot morn vroo (=Het hoofd in het kussen het hoofd in de stro tot morgen mijn vriend)
  15. Munsterbilzen - Minsters: lêk ze mich ! (=je kan ze kussen !)
  16. Venloos: dae lust gaer snoetevleis (=hij kust graag)
  17. leuvens: kist m'n pollevies (=foert, kus m'n...)
  18. Weerts: Gaef mich 's ein muulke (=Geef me eens een kusje)
  19. West-Vlaams: 't zwien in de bjiten jagen (=kussen)
  20. Munsterbilzen - Minsters: de konse mich kisse (=je mag ze kussen)
  21. Arendonks: ge kunt is hei-el dik men kleuwe-eh (botteh) kusseh (=ik doe het niet)
  22. Gents: tjoeze - totse - ne toes (=kus)
  23. Geels: ge kunt men kloewete kusse (=je kan de pot op)
  24. Ossendrechts: ge kun me de klote kusse (=je kunt me wat)
  25. Brabants: motte gij un kus vn unné echte broabander (=moet je een kus van een echte brabander.)
  26. Antwerps: schét oemoog én bleft stoan (=kust mijn kloten)
  27. Diesters: kust gij men kloeëte es, kust me gat es (=Laat me gerust)
  28. Iepers: je kusze deur de gote trekken/ e ruttelt i ze vel (=van iemand die erg mager is)
  29. Geels: gij kunt es virkaantig men kloewete kusse (=Ik trek me niets meer van je aan)
  30. Lanakens: lek me gemaachs(Duits lek mich am aars) (=kus mijn gat)
  31. Kortemarks: ge ku ze stoovn, ge ku ze kussn (=je kunt de pot op)
  32. Eekloos: un totte geefn (=een kus geven)
  33. Liedekerks: Kist ne ker men ol (=kus mijn gat)
  34. Antwerps: ij kan men kloate kusse zennej / ij kan den boam in (=wil niets meer met een persoon te maken hebben)
  35. Wetters: kust ze (=loop naar de maan)
  36. Veurns: kust nu me voeët'n (=Nee maar!)
  37. Zeeuws: oe kus je (=hoe kon je)
  38. Ostêns: ge kunt ze kussen (=kuis mijn kloten)
  39. Leopoldsburgs: Ge kunt z'is kusse / Tarara (=Als iemand iets niet wil doen)
  40. Tilburgs: hout op hout zaogt nie! (=mannen behoren elkaar niet te kussen.)
  41. Lokers: ze zit'n alkoars toot' af te lèkn (=Ze zitten hartstochtelijk te kussen)
  42. Merenaars: kust ne kieër mij gat (=loop naar de duivel)
  43. Brugs: kust mun kloaten (=het kan mij niet schelen)
  44. Sint-Niklaas: kust nô min voeten (kloûten) (=wel dat is straf!)
  45. Brugs: je mag zen antjes kussen (=hij mag van geluk spreken)
  46. Nijlens: kust men botte (=ik heb er genoeg van)
  47. Sint-Niklaas: kust min kloûten (=loop naar de vaantjes)
  48. Munsterbilzen - Minsters: e lief mèt zen ooge bènne doen (=de beste kus is niet die met de mond maar wel die met de ogen)
  49. Sinnekloases en niekaarks: kust mijn botten ook mijn voeten (=laat me met rust)
  50. Westerkwartiers: d'r benn'n koabers op 'e kust (=er melden zich gegadigden)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen