Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kan niet`

  1. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  2. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  3. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  4. Die zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (=Schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)
  5. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  6. het kan niet altijd kaviaar zijn (=niet elke dag is een topdag)
  7. je kan niet de kool en de geit sparen (=je moet keuzes maken)
  8. men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)

3 betekenissen bevatten `kan niet`

  1. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  2. het is boter aan de galg gesmeerd (=het is zinloos, het kan niet helpen)
  3. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)

Het dialectenwoordenboek kent 47 spreekwoorden met `kan niet`

  1. Alfus: Dâ kennie (=Dat kan niet)
  2. Westerkwartiers: da's niet rendoabel (=dat kan niet uit)
  3. Fries: it kin net (=het kan niet)
  4. Brugs: jis e wrikkelgat (=hij kan niet stilzitten)
  5. Antwerps: a kan just van broëd strongt moake (=hij kan niets)
  6. Bilzers: dasse daudgeboëre kénd (=daar kan niets van komen)
  7. Hams: 'tschaap is de preut af (=ik kan niet meer)
  8. Wetters: kzitte strop (=ik kan niet meer verder)
  9. aalters: Noemtjij Mario zekerst (=Hij kan niet tegen den drank)
  10. Antwerps: 'k em gin oejge oep ma gat! (=ik kan niet alles zien!)
  11. Lichtervelds: kzy dn droad kwyt (=ik kan niet meer volgen)
  12. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt geen zittende K. (=ze kan niet stilzitten)
  13. Waregems: ie es tendend zijn Latijn (=hij kan niets meer inbrengen)
  14. Bilzers: de paute vanonder ze lijf lope (=het kan niet snel genoeg)
  15. Oudenbosch: daor zijn gin kruide tege gewasse (=daar kan niets tegen op)
  16. Zottegems: ge kun nog gien ei in tweeje stapmn (=jij kan niet voetballen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: tès mich ammel get (zaag Bet, en ze hoch twei jing on één T)! (='t kan niet op !)
  18. Sint-Niklaas: die lig daltit te krawietelen in 't bedden (=die kan niet stil liggen in bed)
  19. tervurens: kem gien poojer nemi (=ik ben bekaf, ik kan niet meer)
  20. Sint-Niklaas: ge kun ne kei 't vaal nie afstroapen (=wie niets heeft kan niets geven)
  21. Genneps: Ik kan nie hekse (=Ik kan niet toveren)
  22. Westerkwartiers: hij ken zien ei niet kwiet (=hij kan niet doen wat hij graag wil)
  23. Wetters: ij eeft gene puujt miejr om op te stoan (=hij kan niet meer verder)
  24. Sint-Niklaas: 'kè geen ogen op minne rug zulle (=ik kan niet alles zien)
  25. Oudenbosch: ijee un veul te groot zeil op (=wat hij wil/probeert te bereiken kan niet)
  26. Munsterbilzen - Minsters: daaj kanner ee nie kwijt (=ze kan niet doen wat ze wil)
  27. Oudenbosch: geloofde gij da ? (=dat kan niet waar zijn)
  28. tervurens: maan ol oek (=dat kan niet!!)
  29. Aalsters: e ka geine poit pissen (=hij kan niets)
  30. Dordts: Da kennie / Da kannie. (=Dat kan niet.)
  31. Renkums: hej het stront in de ore (=hij kan niet goed luisteren)
  32. Wetters: ei es z'n muile nie méster (=hij kan niet zwijgen)
  33. Gronings: Ik kin nait heksen! (=Ik kan niet alles tegelijk!)
  34. Lichtervelds: kee gièèn zittnd gat (=ik kan niet lang blijven zitten)
  35. Sint-Niklaas: ei springt erop gullèk nun bok op doaverkist (= haverkist) (=hij kan niet langer wachten om te beginnen eten)
  36. Eesjdens: ich zek mer zoe, ut kint neet altied denhoale zien (heuvellands) (=ik zeg maar zo, het kan niet altijd denhalen zijn)
  37. Wetters: hij ee mieren ein zijn gat (=hij kan niet stil zitten)
  38. Kortrijks: Ie kan nog ip geen ei skipp'n (=hij kan niet voetballen)
  39. Horster: Ik heb gennen Berini aan de koont hange! (=Ik kan niet heksen!)
  40. Westerkwartiers: je wiet'n nooit hoe 'n koe 'n hoas vangt (=men kan niet weten hoe de afloop is)
  41. Oudenbosch: daddistureen mee jun gat indur aand (=zij kan niet met geld omgaan)
  42. Sint-Niklaas: das nen drogen apostel (=dat is een flauwerik, die kan niet lachen)
  43. Sint-Niklaas: ge kun ne kei 't vaal nie afstropen (=die niet heeft kan niet geven)
  44. Westerkwartiers: men het niet alles veur 't zegg'n (=men kan niet alles zelf beslissen)
  45. Bilzers: ich hüb ook mér twei haendjes (=ik kan niet alles tegelijk doen)
  46. Westerkwartiers: woar niks is verlust de keizer zien recht (=wie geen geld heeft kan niet betalen)
  47. Denderleeuws: ik kan zingen gelek e pjied mo kan zoe noag ne loepen (=ik kan zingen zoals een paard maar kan niet zo hard lopen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen