Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `kan ik`

  1. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beetje)

Eén betekenis bevat `kan ik`

  1. breek me de bek niet open. (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen.)

Het dialectenwoordenboek kent 39 spreekwoorden met `kan ik`

  1. Zolders: Och gè. (=Dat kan ik moelijk geloven.)
  2. Antwerps: Kannekoewellepe? (=kan ik U ergens mee van dienst zijn?)
  3. Uiverwings: Ge zaat eune paijter gubbele (=Dat kan ik niet' begrijpen)
  4. brabants: wè schuft dà (=hoeveel kan ik daarmee verdienen)
  5. Zeels: da ka mijnen bruinen nie trekken (=dat kan ik mij niet veroorloven)
  6. Zeeuws: di zit ik niet mie te zwie-etten (=daar kan ik niet mee zitten)
  7. Diems: Waor kank ow met helpen (=Waarmee kan ik u van dienst zijn)
  8. Brakels: dor zook mij e gedaagt keune van moaken (=daar kan ik inkomen)
  9. Westerkwartiers: doar ken 'k niet over (=daar kan ik niet tegen)
  10. Grobbendonks: Doar krijk naa 't (vliegend) schijt van! (=Daar kan ik niet tegen!)
  11. Grobbendonks: Doa krijkik 't schijt van (=Daar kan ik echt niet tegen!)
  12. Oudenbosch: ik kannie ekse (=zo vlug kan ik me niet haasten)
  13. Vechtdals: wat mag 't ween (=kan ik u helpen)
  14. Bilzers: Da's zwoerder as m'ne portemonnei (=Dat kan ik niet betalen)
  15. Munsterbilzen - Minsters: doë kan ich nie van iëver (=dat kan ik niet vatten)
  16. Brussels: Do kreijgek de biesjkes von (=Daar kan ik niet tegen)
  17. Oudenbosch: dan kaank diejun artiest van jullie beter zien (=dan kan ik hem (jullie zoon) beter zien)
  18. Sint-Katelijne-Waver: Dat kan mijnen bruine niet trekken (=Dat kan ik niet betalen)
  19. Westerkwartiers: dat gijt mij boov'm de pet (=dat kan ik niet bevatten)
  20. Antwerps: Da kan mijënen broïne nie trekke zene (=Dit kan ik niet betalen, hoor)
  21. Munsterbilzen - Minsters: doë kan de sjoo nie van rooke (=met zo weinig kan ik niet rondkomen)
  22. Liedekerks: Me dauënen dester bennek ne opgezetj (=Met die zever kan ik niet lachen)
  23. Antwerps: dakannekikkeni (=dat kan ik niet)
  24. Horster: daat kaan ik ech ni lieje (=daar kan ik echt niet tegen)
  25. Bilzers: doë wiët ich geene waeg mèt (=daar kan ik niet mee uit de voeten)
  26. Aalsters: Oon de Oilsjteneers; As ge ni een wetj vraug het oon Zjan-Lowie (=kan ik u helpen)
  27. Aspers: da kan mijnen bruinen nie trekken (=dat kan ik niet betalen)
  28. Sint-Niklaas: da kom goe fa pas (=dat kan ik goed gebruiken)
  29. Westerkwartiers: dat ken 'k niet bruuk'n (=dat kan ik niet gebruiken)
  30. Gronings: Ken ik ja nait roeken (=Dat kan ik toch niet weten)
  31. Munsterbilzen - Minsters: kan ich ter stoeët op maoke ? (=kan ik daar op rekenen ?)
  32. Zeeuws: lae ma kank allanka (=laat maar, kan ik al)
  33. Grobbendonks: Daor krijk tschijt van he (=Daar kan ik echt niet tegen!)
  34. Westerkwartiers: hier ken 'k gien zuup'nbrij van moak'n (=hier kan ik helemaal niets mee)
  35. Flakkees: Wat joe ken. ken ik aok. (=Wat jij kan, kan ik ook.)
  36. helmonds: Da kan ik an mun taand nie veele (=Ergens een enorme hekel aan hebben)
  37. Twents: Noe kan ik 't earste uur wa teg'n 'n hong'rigen boer vast'n (=Ik heb genoeg gegeten)
  38. Sallands: ik mut wat doe'n wat 'n kippe niet kan (=ik moet plassen)
  39. Kortrijks: kgao ton nen bustel in min gat stekn en terbinst dak rondlope kan ik nog wa voagn... (=ik ga dan nog meer werken...)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen