Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `je het`

  1. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  2. Eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=Slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  3. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  4. je het apelazarus werken (=heel hard werken)
  5. je het apelazerus schrikken (=heel heftig schrikken)
  6. nu heb je het schaap aan het schijten (=nu komen er problemen van)
  7. op een oude fiets moet je het leren (=lesmateriaal is zelden nieuw)
  8. schrijf het maar op je buik (dan kan je het met je hemd weer uitvegen) (=vergeet het maar)

21 betekenissen bevatten `je het`

  1. wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je het ook afmaken)
  2. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  3. wie zwijgt, stemt toe (=als je het ergens niet mee eens bent, moet je het zeggen)
  4. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  5. Men kan geen paard al lopende beslaan. (=Als je het werk goed wil doen, moet je er de tijd voor nemen)
  6. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  7. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
  8. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  9. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  10. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  11. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  12. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  13. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  14. het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je het ook bekijkt)
  15. iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
  16. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  17. men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  18. tel uit je winst (=kijken en doen waar je het meeste voordeel bij hebt, `zie je wel!`)
  19. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  20. ervaring is de beste leermeester (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  21. iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)

Het dialectenwoordenboek kent 113 spreekwoorden met `je het`

  1. Antwerps: eddet ? (=heb je het ?)
  2. Bredaas: Ruuktum (=Ruik je het)
  3. Zeeuws: aje touwe aje toto (=had je het gehouden als je het gehad had)
  4. Zeeuws: zou jut owe ajut e kregen ode (=zou je het houden als je het gekregen had)
  5. Aalsters: eët gespannen? (=heb je het gezien ?)
  6. Sint-Niklaas: eddet? (=heb je het?)
  7. Bergs: hedde 't al geheurd? (=weet je het al?)
  8. Vechtdals: mu'j hen heuin (=heb je het druk)
  9. Roois (Sint-Oedenrode): Dèr! (=Hier heb je het!)
  10. Antwerps: Eddetindemot? (=Heb je het door ?)
  11. Bergs: ettok (=heb je het ook)
  12. Munsterbilzen - Minsters: vansglijks vansgelijke (=ik wens je hetzelfde)
  13. Brakels: zijde mee ? (=snap je het ?)
  14. Oudenbosch: Edded deur (=Begrijp je het)
  15. Vlijtingens: biste de biste (=ben je het beste)
  16. Helmonds: zauwe, nauw wittud! (=zo, nu weet je het!)
  17. Munsterbilzen - Minsters: tès mèr krêk waajset bezies (=als je het zo beziet !)
  18. Liwwadders: hest ut al hoort? (=heb je het al gehoord?)
  19. Oudenbosch: bendal wiesse strooje ? (=heb je het communicantje al gefeliciteerd ?)
  20. Gronings: hest weer veur'n kander (=heb je het weer voor elkaar)
  21. Geffes: Esgur der mar aon denkt (=Als je het maar niet vergeet)
  22. Zeeuws: eit of krieg je t (=heb je het)
  23. Antwerps: Eddetverstoan? (=Heb je het begrepen.)
  24. Sinnekloases en niekaarks: heddet' vast ? (=heb je het gesnapt ?)
  25. Zeeuws: Ei j't? (=Heb je het?)
  26. Renkums: kaje het zien (=kun je het zien)
  27. Brakels: geneerd' ou ewat? (=vind je het leuk?)
  28. Brakels: Jon d'ou 'n bitse? (=vind je het leuk?)
  29. Zaamslags: eita hoor'n (=heb je het al gehoord)
  30. Twents: Hei ut nog edoan (=Heb je het nog gedaan)
  31. Bosch: as ge 't moar begrèpt war (=Als je het maar begrijpt he)
  32. Volendams: ej t al oort? (=heb je het al gehoord?!)
  33. Roosendaals: edde oewen draai (=heb je het naar je zin)
  34. Munsterbilzen - Minsters: waajset ook bezies (=hoe je het ook bekijkt)
  35. Gronings: kinst doe t wel verstoan (=kun je het wel verstaan)
  36. Laag-Keppels: Heje 't al euheurd (=Heb je het al gehoord)
  37. Westfries: noh maid het je het in je broeks skoit (=heb je het te hoog in je bol)
  38. Bergs: Eddut of kreddut? (=Heb je het of krijg je het?)
  39. Roois (Sint-Oedenrode): Daggut wit! (=Dat je het maar weet!)
  40. Twents: Noe hej't ja kats verdrett'n (=Nu heb je het verpest)
  41. Snekers: Hest ut al sien (=Heb je het al gezien)
  42. Tilburgs: as ge-t mar nie begaojt (=als je het maar niet te bont maakt)
  43. brabants: als ge het nie wit kende ut altijd nog behange (=als je het niet weet (als grap))
  44. Gronings: Doar komt t al aan, zee schiet op berre (=daar heb je het gedonder alal)
  45. Brabants: Is ut perd al gewasse en de waai al gemaaid ? (=Heb je ''HET'' al gedaan ?)
  46. Dilbeeks: Ge kunt 'r aa kop baalegge as ge wilt ! (=Je kan hongerstaken als je het niet lust)
  47. Munsterbilzen - Minsters: nau konste ès snuffele (=nu weet je het eens van een ander)
  48. Munsterbilzen - Minsters: eege laajs beiten et helste (=van je familie moet je het hebben)
  49. Zurriks: Engetrouwd is engeschete (=Van je schoonfamilie moet je het maar hebben)
  50. Tilburgs: mòkt dè ge-t goet mòkt !! (=zorg dat je het goed doet !!)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen