Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `itie`

  1. bij zijn positieven blijven (=blijven opletten)
  2. niet goed bij zijn positieven zijn (=niet op zijn gemak zijn, een beetje ziek zijn)

41 betekenissen bevatten `itie`

  1. in de zadel helpen/zetten (=aan een goede positie helpen)
  2. als je geschoren wordt, moet je stilzitten. (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan.)
  3. wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok. (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden.)
  4. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
  5. zijn beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  6. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven.)
  7. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  8. aan iets paal en perk stellen (=er een definitief einde aan maken)
  9. aan je laars lappen. (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften.)
  10. hij is van zijn paard gevallen. (=hij heeft zijn positie verloren.)
  11. de drie h s meegeven (=iemand (zo mogelijk definitief) wegsturen)
  12. wie aan de weg timmert heeft veel bekijks. (=iemand die grote beslissingen moet nemen, krijgt vaak ook veel kritiek)
  13. voor het blok zetten. (=iemand onverwacht in een lastige positie brengen; bijvoorbeeld iemand dwingen te reageren die dat eigenlijk niet wil, of iemand dwingen een keuze te maken.<>)
  14. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  15. De poten onder iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
  16. de poten onder iemands stoel wegzagen. (=iemands positie verzwakken.)
  17. iemand de wind uit de zeilen nemen (=iets doen/zeggen en daarmee zorgen dat iemand's kritiek verstomt)
  18. elke medaille heeft een keerzijde. (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  19. in de running (=in competitie - doet nog mee)
  20. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  21. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  22. geramd zitten (=in een gunstige positie verkeren)
  23. hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
  24. in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn.)
  25. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  26. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  27. de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
  28. iets of iemand op de korrel nemen (=kritiek op iets of iemand hebben)
  29. ja en amen zeggen (=kritiekloos instemmen)
  30. zijn rokje omkeren (=lid van een andere (bv politieke) partij worden)
  31. de sterke arm der wet (=met gepast geweld optredende overheidsorganisatie, bijvoorbeeld politie of justitie)
  32. je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander.)
  33. geen heil verwachten (=niets positiefs zien)
  34. wie de pastoor niet eert, wie zijn absolutie riskeert (=om je ambitie te bereiken, moet je extra aardig zijn voor de hoge heren.)
  35. iemand in het zonnetje zetten (=op positieve wijze aandacht geven)
  36. kip zonder eieren. (=politieman.)
  37. we zullen ze eens een poepie laten ruiken. (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie).)
  38. vaste grond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een goede positie verkeren)
  39. vast in het zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)
  40. de hakken in het zand zetten. (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen.)
  41. in zijn sop gaar laten koken. (=zijn kritiek en protesten negeren.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen