Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `is niet`

  1. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  2. die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
  3. een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
  4. er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond)
  5. er is niets van aan (=het is niet waar)
  6. Het eten is niet te pruimen. (=het smaakt niet)
  7. het is niet al goud wat blinkt (=schijn bedriegt)
  8. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  9. het is niet je dat (=het is niet geweldig)
  10. het is niet koek en ei (=er ontbreekt iets aan de situatie)
  11. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  12. het is niet voor de ganzen gemaakt (=we kunnen het maar beter uitdrinken)
  13. het onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
  14. hij is niet op z'n achterhoofd gevallen (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  15. Hij is niet veel meer dan een aardappel (=Hij stelt niet erg veel voor)
  16. Rome is niet in één dag gebouwd (=relativeren: Leer geduld te hebben, overhaast niets)

50 betekenissen bevatten `is niet`

  1. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  2. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  3. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  4. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  5. daar is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  6. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  7. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  8. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  9. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  10. de geest is uit de fles (=dit is niet meer controleerbaar)
  11. dit loopt uit de hand (=dit is niet meer onder controle)
  12. zand schuurt de maag (=een beetje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  13. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  14. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  15. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  16. het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor)
  17. er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
  18. er is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
  19. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  20. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  21. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  22. het is vlees noch vis (=het is niet bruikbaar, omdat het niet duidelijk is)
  23. het is niet je dat (=het is niet geweldig)
  24. kraak nog smaak hebben (=het is niet heel smakelijk)
  25. er zit een luchtje aan (=het is niet juist, het klopt niet helemaal)
  26. late haver komt ook op (=het is niet omdat iets laat komt, dat het niet goed zou zijn)
  27. er is geen chocola van te maken (=het is niet te begrijpen)
  28. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  29. er is niets van aan (=het is niet waar)
  30. Daar hangt de po uit (=Het is niet zoals het zou moeten zijn)
  31. er is reuk noch smaak aan (=het is weinig waard, het is niet interessant)
  32. het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook tegenslag)
  33. aal is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  34. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  35. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
  36. hij heeft een klap van de molen gekregen (=hij is niet goed meer bij zijn verstand)
  37. een van de vijf is uit kuieren (=hij is niet goed wijs)
  38. het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
  39. Er zit een schroefje bij hem los (=hij is niet helemaal goed wijs)
  40. er is geen doen aan (=hij is niet te overtuigen, niets kan helpen)
  41. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  42. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (=Hij is niet zo bijzonder als hij zich voordoet)
  43. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  44. geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
  45. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. )
  46. wie zichzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want het is niet vervangbaar)
  47. men moet van zijn kantje blijven (=men mag hem niet aanraken, hij is niet aanspreekbaar)
  48. onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
  49. wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuinigheid is niet goed)
  50. nul op het rekest krijgen (=zijn eis niet ingewilligd krijgen)

Het dialectenwoordenboek kent 3427 spreekwoorden met `is niet`

  1. Leuvens: poapeplekker (=nietsnut)
  2. Liwwadders: o nietan (=of niet dan)
  3. Texels: Dot is toch ellef en een oortje (=Niets waard)
  4. Genneps: tís mèr un ert (=klein, nietig zijn)
  5. Heerlens: mit d'r baat waggele (=nietszeggend reageren)
  6. Hendrik-Ido-Ambachts: je mot nie lullen (=klets nietl)
  7. Veurns: op niet'n trekk'n (=nergens naar lijken)
  8. Neerpelts: Nietegelujve! (=Ongelooflijk)
  9. Brakels: tstopt gelijk een mande zonder gat (=een nietszeggend einde (van film))
  10. Brugs: u stroentroaper achter den tring, medun mangde zoender gat (=een nietsnut)
  11. Westerkwartiers: dat zal mij de lauw sjakk'n (=dat interesseert mij totaal nietr)
  12. Lichtervelds: kee nietn duuvle gekreegn (=ik heb helemaal niets gekregen)
  13. Zwevegems: 'k Verstoa d'er nietekloat'n van. (=Ik versta er niets van.)
  14. Rotterdams: ja toch? Niettan? (=iemand gelijk geven)
  15. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  16. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hij is een nietswaardig persoon)
  17. Brakels: da wezen eetij niet (=dat inzicht heeft hij niett)
  18. Amsterdams: Lamzak, Lamlul, Lapzwans, (=Nietsnut)
  19. Brakels: wor ons Irre zij goedeeten in steekt (=een nietsnut die men tolereert)
  20. Waregems: 'k 'n weete geên beskeeêt, 'k weete van niet'n (=ik ben niet ingelicht)
  21. Londerzeels: hij es geen peip zeik waait (=hij is een nietsnut)
  22. Lichtervelds: ge zie ne groîtn zeero (=je bent een nietsnut)
  23. Waregems: 't un trekt ip nietn (=dat gelijkt nergens op)
  24. Veurns: nie ol gin suuker en zeeëm zien (=nietallemaal rozengeur en maneschijn zijn)
  25. kortemarks: jee nieten in de pap te brokkn (=hij heeft er niets te zeggen)
  26. Antwerps: Ginne zjiever, hé ? (=Geen discussie, nietwaar ?)
  27. Zelzaats: 't Es e zwalpei. (=Dronken nietsnut die blijft rondhangen. Of nietsnut die van geen hout pijlen weet te maken.)
  28. Langemarks: tschilde an nieten of en a prys (=Hij had bijna prijs)
  29. Munsterbilzen - Minsters: bel mich mèr as ge traut zit (=met mij moet je geen welles-nietes spelleke)
  30. Tilburgs: tis tòch stèèrk war ! (=het is toch bijna niet te geloven, nietwaar !)
  31. Veurns: 't is nie ol gin goed dat blienkt, en slicht da stienkt! (=Nietalles wat blinkt is goud, en niet alles wat stinkt is slecht.)
  32. Munsterbilzen - Minsters: das ne Jan men kloete (='t is een nietsnut)
  33. Waregems: van niets vervoard zijn (=van niets bang zijn/niet terugdeinzen)
  34. Tilburgs: kiek is ofter kiek en aster kiek, nie kieke (=kijk eens of hij kijkt en als hij kijkt nietkijken)
  35. Westerkwartiers: wel niet woagt, wel niet wint (=wie niets probeert bereikt ook niets)
  36. Tilburgs: dè-s un kösselek kedoo, war (=dat is een kostbaar cadeau, nietwaar)
  37. Tilburgs: tis toch euweg sund war! (=dat is nu toch echt jammer,nietwaar!)
  38. Sint-Niklaas: rjein de knots (=niets)
  39. Antwerps: ni veel soeps (=niets bijzonders)
  40. Bilzers: nie viël sops (=niets bizonders)
  41. Turnhouts: das niks van pettik (=dat is niets bijzonder/niet belangerijk)
  42. Sint-Niklaas: niet nie meer (=niets meer)
  43. Westerkwartiers: die zit niet veur zwitvoet'n ien de bak (=die zit niet voor niets in de bajes)
  44. Bilzers: nul de botte (=helemaal niets)
  45. Aalsters: van krommenoos geboren (=niets weten)
  46. Aarschots: 't Is noppes (=Het is niets)
  47. Hams: Niets genauderd (=Het brengt niet op)
  48. Waregems: da 'n broochte niets ip (=dat leverde niets op)
  49. Lichtervelds: ge kunt gièène kei vloan (=van iemand die niets heeft moet je niets verwachten)
  50. Waregems: ie 'n es gieëne stamp teeën z'n klooëtn wird, ie 'n es gieën roste kluite wird (=het is een nietsnut)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen