Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `is een`

  1. alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot)
  2. angst is een slechte raadgever. (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk.)
  3. belofte is een hemd der dwazen. (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken.)
  4. daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
  5. dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  6. dat is een bal voor open doel. (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden.)
  7. dat is een brug te ver. (=dat is te hoog gegrepen.)
  8. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  9. dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
  10. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  11. dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
  12. dat is een kolfje naar zijn hand (=dat kan hij wel aan)
  13. dat is een kwal (=een uiterst vervelend persoon)
  14. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  15. dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  16. dat is een steen van mijn hart (=dat is een hele opluchting)
  17. dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon.)
  18. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  19. dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show. (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.)
  20. de een z'n dood is een ander z'n brood. (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  21. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  22. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  23. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  24. duren is een mooie stad (=nu is het goed, maar blijft dat zo?)
  25. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  26. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  27. een klein visje is een zoet visje (=je moet ook met weinig tevreden kunnen zijn)
  28. een schip op het strand is een baken in zee. (=van de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren)
  29. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  30. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  31. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  32. er is een luchtje aan (=het klopt niet, er is iets niet in orde)
  33. er is een steek aan los (=er is iets niet in orde, hij is (lichtjes) gek)
  34. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. (=aan alles komt een einde.)
  35. geduld is een schone zaak. (=wie rustig afwacht wordt beloond.)
  36. het is een dubbeltje op zijn kant (=het is nipt, erg onzeker)
  37. het is een gladde aal (=niet gemakkelijk te vangen (figuurlijk))
  38. het is een heet ijzer om aan te tasten (=het is een lastige zaak)
  39. het is een hopje in een brouwketel (=het is zo goed als niets)
  40. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt. (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren.)
  41. het is een pleister op een houten been. (=het is een nutteloos voorstel.)
  42. het is een pleister op een zere wonde. (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten.)
  43. het is een pot nat. (=het is allemaal hetzelfde.)
  44. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  45. hij is een open boek voor mij (=ik doorzie zijn karakter volledig.)
  46. hij is een Piet Lut (=hij is kleinzerig.)
  47. hij is een uil. (=hij is een dwaas, een stomkop.)
  48. ieder is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  49. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  50. kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)

30 betekenissen bevatten `is een`

  1. als honden konden bidden zou het kluiven regenen. (=als is een niet ter zake doende opmerking.)
  2. dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon.)
  3. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  4. dat is een steen van mijn hart (=dat is een hele opluchting)
  5. dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is een ongewone gebeurtenis)
  6. dat is een bal voor open doel. (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden.)
  7. na mij de zondvloed. (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  8. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  9. het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
  10. van die boer, geen eieren. (=dit is een oplossing die men niet wenst.)
  11. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs).)
  12. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest.)
  13. de kop is eraf. (=er is een begin gemaakt.)
  14. er schuilt een addertje onder het gras. (=er is een verborgen risico in het spel.)
  15. het is melk en water (=het is een futloze zaak)
  16. het is water en melk (=het is een futloze zaak)
  17. het is een heet ijzer om aan te tasten (=het is een lastige zaak)
  18. het is een pleister op een houten been. (=het is een nutteloos voorstel.)
  19. het is trekken aan een dood paard. (=het is een onbegonnen zaak.)
  20. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  21. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  22. er loopt bij hem een streep door (=hij is een beetje gek)
  23. hij is een uil. (=hij is een dwaas, een stomkop.)
  24. zijn land ligt in zijn schoenen (=hij is een grote opschepper)
  25. hij vist in troebel water (=hij is een profiteur)
  26. hij kijkt of hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=hij kijkt heel ongelukkig (een oord is een oude munt))
  27. (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een 'vleet' is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  28. platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht. (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z'n best.)
  29. het kan niet altijd kaviaar zijn (=niet elke dag is een topdag)
  30. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)

Het dialectenwoordenboek kent 3551 spreekwoorden met `is een`

  1. Rotterdams: Hotel Emma (=Politieburo Eendrachtsplein)
  2. Westerkwartiers: dat hangt as lös zaand an mekoar (=dat zijn allemaal eenlingen)
  3. Merenaars: oepen en toepen (=eender wat doen, erop los leven)
  4. Zwols: kiek die tamme ente ies, as 't oew tamme ente is pak em dan. In de 60-er jaren reed er in Zwolle een lelijk eendje rond met de Latijnse tekst: Sidi tamentis, astoe entis pactum (=kijk die tamme eend eens, als het jouw eend is pak hem dan)
  5. Middelnederlands: huus ende hof houden met eene wive, met eene vrouw (=samenwonen (vooral buitenechtelijk))
  6. Oudenbosch: de tijd eenie stilgestaon (=er is veel veranderd)
  7. Westerkwartiers: niet elk schot is 'n eendvogel (=niet iedere poging is raak)
  8. Merenaars: der mè zèn moesj nor sloeën (=raden, eender wat antzoorden)
  9. Brabants: dur eene gaon vatten (=een borrel gaan drinken)
  10. Lutters: alle enties zwõmt int water (=alle eendjes zwemmen in het water)
  11. Westerkwartiers: elk schot is gien eendvogel (=niet elke poging lukt)
  12. Bilzers: den eenen of den aandere (=de één of ander)
  13. Graauws: eenen ne pee stoven (=iemand voor de gek houden)
  14. Genneps: klitse, klatse, kla.nder, van den eenen bil óp d'n a.ndere (=op en neer)
  15. Twents: den löp met beide beene in eene piepe (=hij is heel onhandig)
  16. Steins: 't is mich sjiet egaal (=het is mij om het eender)
  17. Noorderkempisch: Paktitamentis (=Pak die tamme eend eens)
  18. Hams: Da's tjij (=Zo is hij nu eenmaal)
  19. Lebbeeks: vrouijen: Dei zaa mé ne paul vrouijen (=Die zou met eender wie vrijen)
  20. Twents: eene flink an de pinne loat'n roek'n. (=iemand hard laten werken)
  21. Epers: Dät kan net eender wat wéézn (=Dat kan van alles zijn)
  22. Oudenbosch: da gaodover mun out eene (=dat gaat mij veel te ver)
  23. Bilzers: haol mich zau nog èns eene\r\ne ras epoët (=zo is er maar één)
  24. Oudenbosch: gaotur nou nie om-eene draaie (=zeg wat je wilt zeggen)
  25. Oudenbosch: ze kwame allemaol d n eene mit d n aandere binne (=ze kwamen allen tegelijk binnen)
  26. Oudenbosch: eurst deur d n keurdo-ns eene motte (=eerst verwerken om verder te kunnen)
  27. Klemskerks: 't Reegent d'r ip lik ip een oande: hij/zij is ongevoelig voor berisping, kritiek, vermaning of goede raad (='t Regent erop gelijk op een eend)
  28. Urkers: as je oover de kwoadampen eene binnen (=als je de midlifecrisis te boven bent)
  29. Walshoutems: weivuel zo da wooge puist ne kir (=Hoeveel zou dat wegen probeer eenmaal)
  30. Kampers: Sie die tamme ante ies, as te oenten ist pakt em (pseudo-latijn!) (=kijk die tamme eend eens,als ie van jou is pak 'm)
  31. Liemers: Hentum van Bentum draei-j den end um anders verbrentum (In kwazie latijn). (=Pastoorsmeid Hentje van Bentum was ook de koster en hadden eend in de pan die dreigde aan te branden onder de hoogmis de pastoor draaide zich om en zong:)
  32. Sint-Niklaas: een tikenei (=een ei van een kip)
  33. Zeels: een scheet in een flesse (=een niemendalletje)
  34. Zomergems: een beschetn comisse (=een zaak met een reukje aan)
  35. Avelgems: Est een meiske of ne knecht? (=Is het een meisje of een jongen?)
  36. Amelands: een twe hanz stukje of een een hanz stukje (=een een hands stukje of een twee hands stukje)
  37. Overmeers: 'n klesse hoar (=een haarlok)
  38. Zeeuws: ùnont (=een hond)
  39. Overmeers: nen boek koarten (=een kaartspel)
  40. Sint-Niklaas: 'nen oarzak (=een valsspeler)
  41. Overmeers: e vloksken snieë (=een sneeuwvlokje)
  42. Aalsters: een snabbe en een beet (=kortaf)
  43. Lokers: e pieleke vliees (=een bolletje gehakt of een sneetje charcuterie)
  44. Sevenums: kaojen duuej is gewissen duuej (=een koude dooi is een zekere dooi)
  45. Overpelts: nenaawenotto en nenouwenotto (=een oude auto en een nieuwe auto)
  46. Munsterbilzen - Minsters: hae deed et én den oto (=een pooier in een Escort)
  47. Fries: Ik bin in tûken ien (=Ik ben een tuiken een)
  48. Siebengewalds: an enne bergse (=Waar heeft een Siebengewalder een hekel aan..)
  49. Zeeuws: Da's mae 'n schoef kind (=Dat is een is een schuw kind)
  50. Liedekerks: gestreltj dee een peirabie (=gestoken door een bij)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen